De verwachting is dat de overheid de touwtjes verder laat vieren en grote delen van de ggz en verslavingszorg zal liberaliseren. Er ontstaat een open marktsituatie die vergaande gevolgen heeft voor de inrichting van de zorg aan mensen met psychische problemen en psychiatrische ziektes. Grote ggz-instellingen die het hele pakket van zorg aanbieden aan een brede groep van patiënten, hebben geen toekomst meer. ‘Omvang is mogelijk een interessante waarde voor de bestuurskamer, maar in de toekomstige markt lijkt ze minder relevant’, aldus het rapport. Het ideaalbeeld van integrale zorg die op maatschappelijke leest is geschoeid, wordt eveneens naar de prullenmand verwezen.
Links en rechts ingehaald
Dit veelkoppig bedrijfsmodel werkt gewoon niet meer in een open markt, stelt het adviesbureau. Eigenlijk is dat al zichtbaar. De traditionele ggz-concerns hebben nu al moeite om de ontwikkelingen bij te benen. Ze verliezen marktaandeel en worden ‘links en rechts ingehaald’ door concurrenten die met een eenduidig businessmodel een overzichtelijke doelgroep bedienen tegen een redelijke prijs. Dat heeft de toekomst.
Ggz-landschap
Afgaand op de ervaringen in de telecom- en luchtvaartsector, die vergaand zijn gedereguleerd, zien Boer & Croon een ggz-landschap ontstaan dat opgedeeld is in vier sectoren: zorg dichtbij huis, gestandaardiseerde behandeling, gespecialiseerde hulp en langerdurende zorg. Hierbij hebben de adviseurs zich vooral laten leiden door bedrijfseconomische principes; de zorg die ongeveer eenzelfde bedrijfsmodel vereist is bijelkaar geveegd.
Eerstelijn
De zorg dichtbij huis is laagdrempelig en kortdurend en wordt uitgevoerd door niet te dure, breed opgeleide professionals. Internetbehandeling valt hier ook onder. De hulp kan onderdeel uitmaken van de eerstelijn, aangeboden worden door één- of tweepitters in zelfstandige praktijken of door landelijke franchisebedrijven zoals Indigo en Vicino.
Jonge professionals
Gestandaardiseerde behandelingen zijn tweedelijns en meer gespecialiseerd, maar kennen een strak protocol, worden snel en efficiënt uitgevoerd door jonge professionals die onder supervisie staan van enkele ervaren, hoogopgeleide specialisten. Deze gestandaardiseerde behandelprogramma’s zijn duur om te ontwikkelen en vereisen daarom een grotere schaal. Het bedrijfsmodel stuurt op efficiënte processen en hoge productiviteit en laat zich goed in franchiseketens uitvoeren die een regionaal of landelijk bereik hebben. Er zal plaats zijn voor twintig grotere aanbieders. Voorbeelden zijn PsyQ en HSK.
Ziektebeelden
De gespecialiseerde zorg richt zich op specifieke doelgroepen of complexe ziektebeelden die niet behandeld kunnen worden met gestandaardiseerde zorg. Het is derdelijn en kan zowel klinisch als ambulant zijn. Naast behandeling wordt er ook onderzoek gedaan en gaat men samenwerking aan met academische centra. Naar verwachting zullen deze gespecialiseerde aanbieders zich verenigen in gezamenlijke centra, waarvan er zo’n 25 à vijftig in het land zullen ontstaan.
Zeer kostbaar
De langerdurende zorg is bedoeld voor chronische patiënten die afhankelijk van hun toestand veel of weinig zorg nodig hebben en hulp kunnen gebruiken op het gebied van wonen, werken en inkomen. Boer & Croon omschrijft deze hulp als ‘beschikbaarheidsbusiness’, die over het algemeen zeer kostbaar zal zijn. Regionale aanbieders zouden daarom een langerlopende concessie moeten verwerven op basis van aanbesteding. In Nederland zijn twintig tot dertig aanbieders van dit soort zorg nodig.
Luchtvaartsector
Aan het toekomstmodel hebben zes bestuurders van ggz-instellingen meegewerkt. Een van hen is Adriaan Jansen, bestuursvoorzitter van GGZ Noord-Holland-Noord. Hij vond het zeer inspirerend om met een bedrijfseconomische blik naar de toekomst van ggz te kijken. ‘Natuurlijk wilden we onszelf liever niet vergelijken met de luchtvaartsector of de geliberaliseerde telefonie. Maar waarom eigenlijk niet? Er gaat tussen de vijf en zeven miljard om in de ggz en verslavingszorg.’
Weinig rooskleurig
Of dit scenario over tien jaar zal zijn uitgekomen, weet Jansen niet. ‘Dit is niet de waarheid, het is een model. En tien jaar is lang. Als Italië en Spanje omvallen, ziet de toekomst er heel anders uit.’ Toch zijn de vier lijnen waarlangs de ggz zich zal opdelen, zoals in de studie geschetst, nu in de kiem al zichtbaar denkt Jansen. ‘Kijk naar de gestandaardiseerde behandelingen van PsyQ en HSK en naar de topklinische centra.’ Dat geïntegreerde ggz-instellingen, zoals zijn eigen GGZ NHN, een weinig rooskleurige toekomst wordt voorspeld, daar zit bestuurder Jansen niet mee. ‘Het gaat er niet om instellingen in stand te houden, we moeten goede zorg leveren. Als dat in de toekomst in lossere of andere verbanden georganiseerd moet worden, dan gaan we dat doen. Je moet daar onbevangen naar kijken.’(ML)
Lees hier de studie van adviesbureau Boer & Croon Van Instituten naar Ondernemingen in de GGZ. Een bedrijfseconomische studie naar de toekomstige structuur.
(bron Psy)
================================================

Schippers betwijfelt komst fusiegolf
Minister Edith Schippers van VWS is er niet van overtuigd dat de ziekenhuizen aan de vooravond van een nieuwe fusiegolf staan, zoals professor Wim Groot heeft betoogd in Zorgvisie. Dat schrijft de minister aan de Tweede Kamer.
De Tweede Kamer had de minister gevraagd te reageren op de berichtgeving in Zorgvisie. Gezondheidseconoom Wim Groot stelt dat ziekenhuizen onder grote druk staan om te fuseren. Dat komt door de strengere kwaliteitseisen, de wens om verliesgevende en winstgevende behandelingen uit te ruilen en de toenemende financiële risico’s voor ziekenhuizen.
Schippers: alternatieven voor fusie
Het is de stellige overtuiging van Schippers “dat ziekenhuizen ook op andere manieren dan door schaalvergroting kunnen en zullen reageren op aanscherping van de kwaliteitseisen en toename van financiële risico’s”. In haar ogen kunnen ziekenhuizen ook zelfstandig besluiten om zich te specialiseren in behandelingen waar ze goed in zijn en om te stoppen met operaties waarbij ze de volumenormen niet halen. Daarnaast kunnen ziekenhuizen ook alleen samenwerken om de kwaliteit te verbeteren.
Schippers: eenzijdig beeld
Schippers vindt dat het artikel een eenzijdig beeld schetst. Volgens haar zijn er ook tegengestelde ontwikkelingen aan de gang. Zo zijn er ziekenhuizen die behandelingen waarin ze minder goed zijn inkopen bij andere ziekenhuizen en die hun eigen zorgaanbod aanbieden in andere ziekenhuizen. Ook de snelle groei van het aantal zelfstandige behandelcentra duidt er volgens Schippers niet op dat groter en breder dé oplossing is om te overleven. “Sterker nog, specialisatie of juist schaalverkleining zijn eveneens succesvolle opties.”
Schippers scherpt fusietoezicht aan
Verder wijst Schippers op de aanscherping van het fusietoezicht. Ze heeft wetgeving in de steigers staan om de publieke belangen kwaliteit en bereikbaarheid beter te waarborgen. De Nederlandse Zorgautoriteit gaat een zorgspecifieke fusietoets doen. Die toets moeten zorginstellingen afleggen voordat zij naar de Nederlandse Mededingingsautoriteit gaan. Als de wetgeving is aangenomen door het parlement zal de NMa, net zoals nu, letten op mededinging, en de NZa op kwaliteit en bereikbaarheid.
(bron: Zorgvisie)
===================================================

‘Zorg moet zich richten op meer aandacht voor cliënt’
Meer werkelijke en wezenlijke aandacht voor de cliënt is hard nodig. Dat blijkt uit de jaarlijkse benchmark van ActiZ. Vooral intramurale cliënten zijn negatief over de beschikbaarheid van personeel.
Ongeveer een derde (36 procent) van de cliënten geeft aan dat binnen de zorgorganisatie goed naar hun geluisterd wordt. Opmerkelijk is dat medewerkers veel vaker (70 procent) aangeven dat zij goed naar hun cliënten luisteren. ActiZ vindt het belangrijk dat zorgorganisaties zich richten op het dichten van deze kloof. Bij organisaties die hoog scoren in de benchmark is de kloof veel kleiner en zijn de ‘luisterscores’ hoger.
Werkdruk
Medewerkers stuiten vooral op de licht toegenomen werkdruk. ActiZ noemt het daarom goed dat er extra middelen beschikbaar komen voor verpleeg- en verzorgingshuizen om mensen te werven. Het cijfer voor medewerkerstevredenheid kwam uit op 7,2. Hetzelfde cijfer als in 2010 en 0,4 punten hoger dan in 2009. Aad Koster, directeur ActiZ: “Het is een mooie score, maar wij gaan nu niet achterover leunen. Er is zeker verbetering mogelijk. Gezien de veranderingen in de sector is een 7,2 toch een mooi resultaat.”
Kleinschaligheid
PwC heeft met externe wetenschappers onderzoek gedaan naar kleinschalige zorg: zorg in een wooneenheid voor maximaal acht cliënten. Daaruit komt naar voren dat kleinschalige zorg niet op alle punten beter presteert dan reguliere zorg. Cliënten in kleinschalige eenheden zijn niet meer of minder tevreden dan elders en hun ervaringen met de zorg zijn gelijk aan die van andere cliënten. Ook ervaren cliënten in een kleinschalige woonzorgvorm niet dat zij meer regie over hun leven hebben. Medewerkers zijn gemiddeld wel iets positiever over het kleinschaliger werken, maar het is volgens ActiZ wel een vorm die bij de medewerker moet passen.
Algemeen beeld
Het algemene beeld dat naar voren komt uit de benchmark is dat verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorgorganisaties (VVT) zich ten opzichte van 2010 hebben verbeterd. Dit jaar zijn er meer organisaties die goed presteren naar de mening van hun cliënten en medewerkers. De financiële prestaties van de VVT-branche zijn in de breedte ook iets verbeterd. De uitkomsten laten zien dat de financiële prestaties gemiddeld op orde zijn. “Dat is ook absoluut nodig om samen met de toegezegde extra middelen te kunnen investeren in personeel en de toenemende financiële risico’s van het vastgoed op te kunnen vangen”, aldus ActiZ.
Benchmark
De ActiZ Benchmark in de Zorg doet jaarlijks onderzoek naar financiële bedrijfsvoering, medewerkers- en cliëntenoordeel. Aan de benchmark namen in totaal 249 ActiZ-zorgorganisaties deel en ruim 50.000 cliënten en 116.000 medewerkers.
(bron: Zorgvisie)
=========================================
Steve Jobs (1955-2011): "There is an app for that"
Vannacht is een man overleden die een grotere impact op ons leven heeft gehad dan wellicht op eerste gezicht lijkt. De komende dagen worden we overspoeld met verhalen en berichten of wie hij nu wel of niet was. Zijn 'hand' zal nog decennia merkbaar zijn in ons dagelijkse leven.
Bekentenis
In mijn 'handtekening' onder mijn mails staat 'sent bij iSomething' daarmee is denk ik wel gezegd hoe ik tegen Apple en haar producten aankijk. Ja, ik heb er veel. Ben dan ook gepakt door de eenvoud en design er van zowel op uiterlijk als functionaliteiten. Einde bekentenis.
Invloed
De rol die Steven Jobs heeft gespeeld door zijn product- en systeeminnovaties zijn voor ieder van ons vandaag de dag merkbaar. We hebben allemaal iets op ons bureau staan, op onze schoot liggen, in onze hand of aan of in onze oren wat ofwel van Apple is, dan wel qua design of functionaliteiten is beïnvloed door wat Steve met zijn mensen heeft gedaan in de achterliggende 25 jaar, met hun eigen producten èn met die van anderen die zich naar hun innovaties hebben gericht.
Mobilation-of-life
Of het nu de manier van bediening is, de mogelijkheden om zelf uit te zoeken wat je wilt in plaats van dat iemand anders dat voor je doet, om altijd-overal-alles te kunnen doen, dan wel complete businessmodellen omver te werpen en er nieuwe voor in de plaats te brengen. Ik noem het wel eens de mobilation-of-life en Luciano Floridi verhaalt altijd over het feit dat we niet meer on-line zijn, en ook niet off-line maar on-LIFE.
Eenvoud
De eenvoud is terug op veel plekken in ons leven, mede door de manier waarop Apple onder zijn hand keek naar processen. App-store, iTunes, TabletPC, MP3, het verdwijnen van de Audio CD maar wellicht meer nog de 'consumerisation' van ICT hebben hun impact gehad in wat en hoe we dingen doen. Was het eerst nog vooral top-down, zien we nu het omgekeerde.
Anders omgaan met IT
Menige zorginstelling heeft nog naarstig pogingen ondernomen om de iPhone en iPad weg te houden uit hun IT-landschap. De grap was dat ZIJ niet nodig waren om het desondanks te laten werken. Toen de eerste iPad uitkwam, ontving ik dankzij een bevriende collega van de Cleveland Clinic daags erna twee stuks in een keurige doos. Het moet nummer 8 of 9 in Nederland zijn geweest. Doordat onze huidige bestuurvoorzitter Melvin Samsom een van deze twee iPads is gaan gebruiken, was dat een van de vonkjes die een proces van om anders om te gaan met IT ontstoken hebben. In hoeveel zorginstellingen hebben dokters, verpleegkundigen en bestuurders niet 'illegaal' rondgelopen met een iPhone op zak die gewoon keurig de mail ophaalde, agenda’s synchroniseerde met het 'goedgekeurde' systeem?
Zorg 2.0
Wat zou er gebeuren als we Steve Jobs zijn manier van werken en innoveren los zouden laten op de gezondheidszorg, denk ik wel eens. En in feite is die vraag niet echt meer aan de orde; het gebeurt namelijk al. Met de ontwikkeling op het vlak van Zorg 2.0 komt het gebruikers in casus patiëntenperspectief meer en meer naar voren, en gaan we steeds meer processen (in)richten vanuit die blik. En dat moet ook wel want niet eerder in de geschiedenis stond de gezondheidszorg voor zulke grote uitdagingen: arbeidsmarktproblematiek, verdubbeling van de zorgvraag onder druk staande budgetten. Daarbovenop staan er twee ontwikkelingen aan de zorgpoort te trappelen die een disruptie van veel van de huidige zorgmodellen in zullen zetten: de patiënt en exponentiële technologie. Deze gaan eenzelfde revolutie ontketenen in de zorg als bijvoorbeeld de muziekindustrie (o.a. iTunes), de reisbranche (vergelijkingssites) en de bancaire wereld (telebanking) is overkomen.
Zorg als App-store
Ik ben er van overtuigd dat de zorg meer en meer een App-store gaat worden waar verschillende aanbieders in een eenvoudig systeem van vergelijking met elkaar gaan strijden om de gebruiker. De impact van een nieuw communicatie-paradigma met onder andere sociale media en transparantie op vlak van prestaties wordt net zo onderschat als de rol van e-health (voor ons binnen het Radboud in het REshape programma: Empowered Health) wordt overschat.
Terug naar Steven Jobs: een man die wellicht meer impact op de wereld heeft gehad dan menig Amerikaans president is niet meer. In 2005 gaf hij een commencement speech op Stanford University die ik als afsluiting zou willen aanbevelen om te bekijken.
Zijn 'hand' zal nog decennia merkbaar zijn in ons dagelijkse leven.
Lucien Engelen
http://t.co/Iy9VHyz8
(bron SKIPR)
======================================================
Zorgvastgoed schept nieuwe kansen voor beleggers
Een beperkte conjunctuurgevoeligheid, een laag risicoprofiel én een rendement van gemiddeld 7 procent per jaar. Beleggen in zorgvastgoed verdient meer aandacht, schrijven Michel van Oostvoorn en Niels van Wonderen in het Nederlands Pensioen&Beleggingsnieuws.
De Nederlandse vastgoedmarkt wordt momenteel gedomineerd door woningen, winkels, kantoren en bedrijfsruimten. Daar komt zorgvastgoed met een potentiële beleggingswaarde van 46 miljard euro bij. Want de zorgmarkt is sterk in beweging. De vraag naar zorg neemt toe door vergrijzing, individualisering en marktwerking. Dat schept nieuwe kansen voor institutionele beleggers. Dat de komende decennia in het teken staan van vergrijzing is geen nieuws. De bouw- en financieringsopgave om voldoende zorgvastgoed te realiseren is tot nu toe onderbelicht. De huidige omvang van de markt voor zorgvastgoed ligt op 22 miljard euro. Door de sterke demografische ontwikkeling is de verwachting dat de omvang in 2040 46 miljard euro is. De huidige vastgoedvoorraad is voornamelijk in eigen beheer bij zorginstellingen of corporaties. Deze partijen zijn terughoudend in het financieren van zorgvastgoed. Dit komt door de beperkte beschikbaarheid van kapitaal bij corporaties en hogere kredieteisen bij banken. Zorginstellingen focussen zich op zorgverlening. Zij stoten niet-kernactiviteiten zoals ontwikkelen en beheren van zorgvastgoed af. Hier ontstaan kansen.
Interessant voor institutionele beleggers
Zijn deze kansen interessant voor institutionele beleggers? Een antwoord op deze vraag ligt besloten in de kenmerken van zorgvastgoed en de samenhang met andere beleggingssegmenten. Het meest onderscheidende kenmerk is de beperkte conjunctuurgevoeligheid van zorgvastgoed. De waardeontwikkeling van zorgvastgoed is vooral gevoelig voor de demografische ontwikkelingen. Uitgaande van beschikbare budgetten bij zorginstellingen, verwachten Michel van Oostvoorn en Niels van Wonderen een totaal rendement op zorgvastgoed van gemiddeld 7 procent per jaar, waarvan het merendeel uit directe kasstromen bestaat. Het tweede onderscheidende kenmerk is de langlopende huurcontracten die worden afgesloten met huurders van zorgobjecten, vaak langer dan twintig jaar. De langlopende en geïndexeerde huurcontracten beperken het risico van de investering. Daarnaast is investeren in zorgvastgoed maatschappelijk verantwoord. Zorgvastgoed is bij uitstek een product waarin de voorzieningen kunnen worden verwerkt die antwoord geven op toekomstige, nieuwe maatschappelijke vragen. Denk hierbij aan vergrijzing, levensloopbestendig bouwen, trends op individuele woon-zorgbehoeften en een explosieve ontwikkeling van specialistische zorgcentra.
(bron Zorgmarkt)
====================================================
‘Artsen zijn te veel zakenman’
Het is een historisch misverstand om te denken dat privatisering van de gezondheidszorg leidt tot een betere kwaliteit. Dat stelt historicus en publicist Chris van der Heijden. ‘Nederlandse artsen zijn te veel zakenman en te weinig arts’
Van der Heijden deed zijn uitspraken in het kader van een radio-interview, meldt Mednet. Hij vergeleek de Nederlandse situatie met de Spaanse. Volgens hem is de Spaanse gezondheidszorg vele malen beter dan de Nederlandse. Hij legde daarbij een verband met het Spaanse verzekeringsstelsel. In Spanje heeft iedereen dezelfde verzekering.
Cliënt of patiënt
Volgens Van der Heijden wordt het essentiële verschil veroorzaakt door het feit dat patiënten in Nederland ‘cliënten’ zijn geworden. “En een cliënt is iemand aan wie je geld verdient. In Spanje hebben artsen nog de klassieke opvatting. Zij zien een patiënt als een patiënt. Bovendien zijn alle artsen nog in dienst van het ziekenhuis.” Een arts zou volgens Van der Heijden geen zakenman moeten zijn, maar zich primair op pure patiëntenzorg moeten richten.
(bron SKIPR)
==================================================
'Zorg in avonduren schiet tekort'
De zorg in ziekenhuizen schiet buiten kantooruren nogal eens tekort. Er zijn minder zorgverleners beschikbaar en er is nog altijd een 'drempel' om artsen thuis te storen. Met name pasgeboren baby's lopen daardoor 's avonds en 's nachts een grotere kans op overlijden.
Dit blijkt uit onderzoek dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg vandaag naar buiten brengt. De inspectie eist dat de risico's in de nacht en in het weekend snel omlaag moeten.
Het rapport nuanceert een onderzoek van twee gynaecologen uit 2008. Zij meenden dat de babysterfte tussen elf uur 's avonds en acht uur 's morgens 23 procent hoger is dan overdag. In het weekend zou de babysterfte 7 procent hoger zijn. De inspectie waagt zich niet aan zulke percentages, maar zegt wel dat het 'genuanceerd moet worden', hoewel er reden is tot zorg.
Volledige bevallingszorg
Minister Schippers van Volksgezondheid maant de ziekenhuizen al enige tijd de bevallingszorg beter te organiseren. Er moet 24-uurs volledige bevallingszorg - onder direct toezicht van een specialist - beschikbaar komen in het hele land. Het overleg daarover vlot echter niet. Inspecteur-generaal Gerrit van der Wal kondigt nu inspecties per ziekenhuis aan, gericht op bevallingszorg in de avond, nacht en weekenden.
In het rapport constateert de inspectie een verschil in het risico tussen vrouwen die thuis met de bevalling beginnen maar in het ziekenhuis eindigen, en vrouwen die de bevalling in het ziekenhuis beginnen. Wie thuis begint, loopt na opname in het weekend en in de nacht meer risico. Er is dan 'een verhoogde kans op een lage Apgar-score en gecombineerde uitkomstmaat', schrijft de inspectie.
De Apgar-score geeft een snelle indruk van de algemene toestand van de baby. Hoe lager de score, hoe slechter de conditie van de baby. De 'uitkomstmaat' is een weging van sterfte, Apgar-score, ernstig trauma en opname op de intensive care voor baby's.
Toezicht
Als de zwangere vrouw al onder toezicht van een gynaecoloog stond, is het risico's bij zorg in avonduren en het weekend nog groter. Exacte cijfers geven de inspecteurs niet, maar de kans op babysterfte tijdens of na de bevalling is dan 'verhoogd'. Ook de kans op een fatale afloop bij een niet-vooraf geplande keizersnede neemt buiten kantooruren toe.
De oorzaken, volgens de inspecteurs: 'Ontoereikende beschikbaarheid van personeel, onvoldoende deskundigheid, het niet tijdig onderkennen van risico's, te afwachtend beleid, onvoldoende regie, het minimaal consulteren door zorgverleners van een meerdere, het ontbreken van een diagnose en problemen met informatie-uitwisseling.'
Deze factoren spelen ook overdag, meent de inspectie, maar tijdens avond, nacht en weekenden speelt de onvoldoende beschikbaarheid van deskundig personeel een veel grotere rol. Ook ervaren zorgverleners dan soms drempels om de dienstdoende behandelaars te bellen waardoor noodzakelijke beslissingen soms later of te laat worden genomen. Bovendien spelen vermoeidheid en verminderde alertheid een rol, evenals gebrekkig informatie-overdracht.
(bron vk)
Miljoenennota 2011-2012:
Goede en betaalbare zorg
Iedere Nederlander moet kunnen rekenen op goede zorg. Zorg die van hoge kwaliteit, toegankelijk én betaalbaar is. Nu, en in de toekomst. Dit is de inzet van minister Edith Schippers en staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (VWS) voor 2012, en de jaren daarna.
De maatschappelijke opgave is om de zorg beter en toekomstbestendig te organiseren. Zowel in de geneeskundige zorg als in de langdurige zorg moet het beleid gericht zijn op maximale aandacht en kwaliteit voor de patiënt. Zorg tegen een betaalbare premie, door een zo efficiënt mogelijke organisatie.
De Nederlandse gezondheidszorg doet het gelukkig, ook naar internationale maatstaven, goed. We leven steeds langer, en ook in betere gezondheid. Dat neemt niet weg dat een aantal problemen om een structurele oplossing vraagt.
Stijgende zorgkosten
Zo stijgen de zorgkosten de laatste jaren sneller dan de economie groeit. De zorgkosten drukken steeds zwaarder op de collectieve uitgaven. Dit komt door de vergrijzing, de toename van het aantal chronisch zieken en medisch-technologische ontwikkelingen. De vraag naar zorg neemt de komende jaren alleen maar toe. Een steeds groter deel van de belastingen en premies wordt uitgegeven aan de zorg. In 1970 was dit minder dan 10 procent, nu is dit al 19 procent. Bij niet ingrijpen kan dit oplopen tot bijna 40 procent in 2040.
Ondanks de financieel-economische crisis heeft het kabinet besloten dat er deze kabinetsperiode 15 miljard euro meer kan worden uitgegeven aan de zorg. In Nederland blijft de zorgsector beheerst groeien. Er wordt niet bezuinigd en overschrijdingen worden teruggehaald in de sector waar meer geld dan afgesproken is uitgegeven.
Klantvriendelijker
De organisatie van de curatieve zorg moet klantvriendelijker, maar moet ook minder gaan kosten. Daarbij geldt: 'dichtbij wat kan en verder weg waar nodig'. Patiënten zijn voor eenvoudige handelingen beter af en goedkoper uit in de eerste lijn.
Ziekenhuizen leggen zich toe op complexe zorg. Door zich te specialiseren gaat de kwaliteit van de behandeling omhoog. Doordat niet meer alle ziekenhuizen zich hoeven toe te leggen op alle behandelingen hoeven ze niet allemaal dezelfde investeringen te doen in dure gespecialiseerde apparatuur. Om uitgaven te beheersen en kwaliteit en doelmatigheid te verbeteren, voert het kabinet voor de ziekenhuiszorg belonen naar prestatie in en breiden we de vrije prijsvorming uit naar zeventig procent van de behandelingen.
Selectiever inkopen
Zorgverzekeraars moeten selectiever inkopen. Als stimulans daarbij geldt dat ze meer risico gaan dragen en dat de compensaties achteraf geleidelijk verdwijnen. Met zorgverzekeraars en ziekenhuizen zijn afspraken gemaakt om de kosten te beheersen. De ambitie is om de structurele uitgavengroei in de ziekenhuiszorg in de periode 2012 tot 2015 te beperken tot 2,5 procent per jaar.
E-health
We moeten slimmer gebruik maken van nieuwe (technologische) ontwikkelingen, zoals e-health. We stimuleren zelfzorg maximaal en we zetten arbeidsbesparende alternatieven in. Van belang is dat innovaties niet bovenop, maar in plaats van bestaande methodes en behandelingen komen. Zo gaat een kwaliteitsverbetering - betere resultaten, meer regie en zelfredzaamheid - hand in hand met kostenbesparing.
Langdurige zorg
In de langdurige zorg zal de zorgbehoefte van de cliënt, meer dan nu het geval is, centraal komen te staan. Cliënten krijgen de zorg die zij nodig hebben. In een instelling als de zorgbehoefte daarom vraagt, thuis als dat kan.
Het perspectief is een Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) van hoge kwaliteit voor de mensen met een langdurige vraag naar zorg. Cliënten in instellingen krijgen via de Beginselenwet zorginstellingen een sterkere positie. Onderdelen van de AWBZ worden gedecentraliseerd naar de gemeente. Hierdoor kan de ondersteuning meer op maat worden geboden, dichter bij de cliënt en beter afgestemd op lokale mogelijkheden. De zorgkantoren worden opgeheven en de uitvoering van de AWBZ wordt in handen gelegd van de zorgverzekeraars, waarmee de cliënt over meer keuzevrijheid beschikt. Op deze manier is ook de aansluiting tussen de langdurige zorg en de geneeskundige zorg beter gewaarborgd. Regelgeving wordt waar mogelijk vereenvoudigd of afgeschaft. Het gebruik van het persoonsgebonden budget (pgb) wordt beperkt, maar wel wettelijk verankerd.
Kwaliteit en betaalbaarheid
De kwaliteit en betaalbaarheid van zorg - ook in de toekomst - hangen voor een groot deel af van het functioneren van de arbeidsmarkt. Het is van belang dat er voldoende en goed opgeleid personeel beschikbaar is en dat zorgverleners op de juiste plek worden ingezet. De beschikbaarheid van zorgverleners staat onder druk, onder meer als gevolg van de vergrijzing en ontgroening van de samenleving. Daarom trekt dit kabinet jaarlijks 852 miljoen euro extra uit om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Met dit bedrag kunnen zittende medewerkers scholing krijgen en zorgen in 2014 twaalfduizend extra verzorgenden dagelijks voor ouderen, gehandicapten en chronisch psychiatrische patiënten.
Jeugdzorg
Het kabinet wil de zorg voor jeugd beter laten aansluiten op de eigen kracht van jongeren en hun ouders. Zoals overeengekomen in het Regeerakkoord wordt het jeugdstelsel ingrijpend gewijzigd. Door de verantwoordelijkheid te decentraliseren naar gemeenten wordt het stelsel laagdrempeliger en efficiënter.
Een greep uit de andere voornemens van VWS:
- Het is de bedoeling met de ggz-sector afspraken te maken om deze sector toekomstbestendig te maken. In een brede beleidsagenda moeten naast prestatiebekostiging, kostenbeheersing en efficiency ook preventie, zelfmanagement en e-health, verplaatsing van behandeling van de dure tweedelijnszorg naar de goedkopere eerstelijnszorg en transparante kwaliteit worden opgenomen;
- om de kwaliteit en veiligheid van de zorg te verbeteren, worden er veiligheidsprogramma's ingevoerd voor ziekenhuizen, eerstelijnsorganisaties en ggz-instellingen. Voor het veiligheidsmanagementsysteem wordt in 2012 bijna 3,5 miljoen euro uitgetrokken;
- er komt een kwaliteitsinstituut met als doel om de kwaliteit van zorg inzichtelijker te maken voor burgers, professionals, zorgverzekeraars en Inspectie. Er komen professionele standaarden, die vanuit het perspectief van de patiënt beschrijven hoe een zorgproces eruit hoort te zien. Van preventie tot nazorg;
- de Inspectie voor de Gezondheidszorg krijgt een grotere rol bij het toezicht houden en ontvangt jaarlijks 10 miljoen euro extra, onder andere in verband met intensievere toezicht op de ouderenzorg;
- de mogelijkheid op privaat kapitaal aan te trekken in de curatieve zorg wordt vergemakkelijkt. Het voornemen is om in 2013 winstuitkering in de zorg toe te staan;
- het kabinet houdt scherper toezicht op voorgenomen fusies in de zorg. Sommige fusies in de zorg hebben de afgelopen jaren geleid tot instellingen die groter zijn dan optimaal is;
- de positie van verzekeraar en zorgaanbieder moet gescheiden blijven. Het kabinet bereidt een wetsvoorstel voor om tegen te gaan dat ziektekostenverzekeraars zorginstellingen kunnen overnemen;
- in 2012 is tien miljoen euro extra uitgetrokken om ouderenmishandeling tegen te gaan;
- nieuwe beroepsbeoefenaren (verpleegkundig specialisten, physician assistants) nemen eenvoudige en routinematige taken over van huisarts of specialist. Met het ministerie van OCW wordt onderzocht hoe er meer artsen en verpleegkundigen kunnen worden opgeleid;
- het kabinet wil bureaucratie en regeldruk in de zorg terugdringen. De indicatiestelling voor AWBZ-zorg wordt vereenvoudigd en de regeldruk in de jeugdzorg verminderd;
- er is veel aandacht voor preventie. Mensen bepalen zelf hoe ze leven, maar de overheid maakt gezonde keuzes makkelijker;
- er komt meer geld en gelegenheid voor veilig sporten en bewegen in de buurt.
(bron Zorgmarkt)
==========================================
UMC’s lanceren website Academischezorg.nl
Met de lancering van de website academischezorg.nl hebben patiënten en doorverwijzers makkelijk toegang tot informatie over topreferente zorg en behandeling in de acht UMC's. Ferry Breedveld, bestuurder van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), heeft de website op 13 september officieel geopend.
Academischezorg.nl
Om patiënten, maar ook bijvoorbeeld verwijzende specialisten, goed te informeren, heeft de NFU de website academischezorg.nl ontwikkeld. Hierop staat van alle topreferente functies een beknopte beschrijving, contactgegevens van de betrokken specialisten en meestal ook links naar andere websites met nog meer informatie. De website biedt de mogelijkheid te zoeken op trefwoord, op diagnosegroep en ook is te zien welke topreferente functies in welk UMC te vinden zijn. De website was in de opbouwfase al toegankelijk voor patiënten en andere geïnteresseerden en blijkt in een belangrijke behoefte van patiënten te voorzien.
Topreferente functies
Er zijn honderden topreferente functies. In dit aanbod verandert regelmatig iets. Zo kan een behandeling zijn uitontwikkeld en daarmee ook in algemene ziekenhuizen worden geboden, kan een functie worden vervangen door iets beters of komt er een functie bij.
UMC bieden de zogenaamde topreferente zorg aan patiënten met moeilijk te behandelen aandoeningen, moeilijk vast te stellen diagnoses of zeldzame ziekten. Topreferente zorg is geconcentreerd in de acht Universitair Medische Centra (UMC's). Deze zorg wordt topreferent genoemd omdat patiënten hiervoor doorverwezen worden door artsen uit algemene ziekenhuizen of soms direct door de huisarts. Topreferente zorg is per definitie gekoppeld aan wetenschappelijk onderzoek: aan ontwikkelen en onderzoeken van nieuwe technieken en behandelingen.
Weesziektensite in ontwikkeling
De NFU is ook bezig met het maken met een website voor patiënten en hun naasten over weesziekten. Weesziekten zijn ziekten die maar heel weinig voorkomen, en waarvoor vaak maar in één UMC een diagnose- en/of behandelmogelijkheid is.
(bron Skipr)
================================================
Miljoenennota 2012: plannen voor de zorg
De zorguitgaven zullen deze kabinetsperiode veruit het hardste groeien van alle overheidsuitgaven. Dat blijkt uit de Miljoennennota 2012 die sinds donderdag online staat. In absolute termen groeien de uitgaven voor zorg van 61,2 miljard euro dit jaar naar 63,5 miljard in 2012. Aan het einde van de kabinetsperiode zal 74,4 miljard euro naar de zorg gaan.
Daarmee stijgen de zorguitgaven fors sneller dan de economische groei en dat gaat ten koste van andere sectoren. Op dit moment geeft een modaal huishouden gemiddeld meer dan 20 procent van het inkomen uit aan de zorg. Zonder maatregelen zou dat stijgen tot bijna 40 procent. Als de zorguitgaven zo snel blijven groeien vormt dat een bedreiging voor de arbeidsparticipatie en kan het leiden tot welvaartsverlies, zo waarschuwt het Kabinet.
Investeringen
Maatregelen zijn dus geboden, zo valt te lezen in de Miljoenennota 2012. Al eerder maakte het kabinet bekend dat het overschrijdingen terug gaat halen, maar er wordt ook geïnvesteerd. Deze kabinetsperiode gaat het om een bedrag van 15 miljard euro. Dat geld gebruikt het kabinet onder meer om het functioneren van de arbeidsmarkt in de zorg te verbeteren. Een bedrag van 852 miljoen euro gaat naar scholing voor medewerkers. Ook wordt het geld gebruikt voor de inzet van 12.000 extra medewerkers per 2014. Onlangs sloot de staatssecretaris daarover een convenant met de sector.
Bezuinigingen
Bezuinigd wordt er onder meer op het verzekerde pakket. Zo wordt dieetadvisering, gebruik van maagzuurremmers en begeleiding bij stoppen met roken niet langer vergoed. De beweegkuur wordt niet meer in het pakket opgenomen en de vergoeding voor logopedie wordt beperkt.
Ggz en cure
Grote klappers maakt het kabinet met de bezuinigingen op de ggz ter waarde van 576 miljoen euro, de pgb-maatregelen en de tariefkorting van 132 miljoen euro op de huisartsenzorg. Ook de medisch specialisten leveren in.
Langdurige zorg
Ook over de herziening van de langdurige zorg wordt al langer gesproken. Donderdag maakte de staatssecretaris de plannen voor het pgb bekend. De budgetten voor het pgb en zorg in natura worden vanaf 2014 samengevoegd. Het kabinet onderzoekt of de toegang tot de AWBZ beperkt kan worden voor mensen met een IQ tussen 70 en 85. De kwetsbaarse mensen in de samenleving moeten wel op goede zorg kunnen blijven rekenen. Zorg en wonen worden in de toekomst gescheiden zodat de AWBZ alleen nog over zorg gaat.
Kwaliteit
Ondanks de bezuinigingen moet de kwaliteit van de zorg de komende jaren verbeteren. Het kabinet gelooft in dat kader sterk in het opstellen van zorgstandaarden. Daarvoor wordt in 2012 het Kwaliteitsinstituut geïntegreerd in het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Het Kwaliteitsinstituut moet in 2013 operationeel zijn, maar volgend jaar worden al een aantal pilots gestart gericht op de ontwikkeling van professionele standaarden. Het Kwaliteitsinstituut zal vanaf 2013 ook de taken van Zichtbare Zorg overnemen. In de langdurige zorg start een experiment met regelarme zorginstellingen.
Veiligheid
De Inspectie voor de Gezondheidszorg krijgt jaarlijks 10 miljoen euro extra in verband met de uitbreiding van het takenpakket. Zo moet de IGZ meer toezicht houden op de zorg voor kwetsbare groepen zoals ouderen. Daarvoor moeten de inspecteurs vaker de werkvloer bezoeken, onder meer door het gebruik van mystery guests. Er wordt straks minder papieren verantwoording afgelegd en de IGZ zet de omslag naar meer proactief toezicht door. Voor het verbeteren van patiëntveiligheid door invoering van veiligheidsmanagementsystemen heeft het kabinet in 2012 3,5 miljoen euro over.
Meer artsen
Volgens het Kabinet zijn vanaf 2025 een kwart meer artsen nodig. Met het oog daarop moeten meer huisartsen en specialisten worden opgeleid. Samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap laat VWS momenteel onderzoeken op welke wijze en in welk tempo er vanaf 2012 meer artsen opgeleid kunnen worden. Ook worden hierover gesprekken gevoerd met relevante koepels.
Taakherschikking
Al langer wil het kabinet taken van medisch specialisten naar huisartsen en andere zorgverleners overdragen. Nieuwe beroepsbeoefenaren zoals verpleegkundig specialisten en physician assistants kunnen eenvoudige routinematige taken overnemen. Daarom zijn er meer opleidingsplaatsen nodig voor die nieuwe beroepsgroepen in de zorg. Het kabinet onderzoekt hoe dat betaald kan worden.
Financieel Beeld Zorg
Bekijk alle maatregelen in het Financieel Beeld Zorg, een bijlage van de begroting VWS.
Reacties
Vanuit het veld is inmiddels op de Miljoenennota gereageerd. De NVZ vereniging van ziekenhuizen (NVZ) staat achter de kabinetsplannen in de uitgelekte Miljoenennota. GGZ Nederland en de belangenorganisatie van apothekers KNMP daarentegen voorzien negatieve effecten als de bezuinigingen ten uitvoer worden gebracht. Lees meer reacties. (Daan Marselis)
(bron Skipr)
======================================================

Miljoenennota: BKZ weer binnen kaders in 2014
Het Budgettair Kader Zorg wordt in 2012 met een half miljard overschreden, zo wordt voorspeld in de uitgelekte Miljoenennota voor 2012. Voor 2011 komt de overschrijding uit op 1,4 miljard door grote tegenvallers. Vanaf 2014 denkt het kabinet weer binnen het budget blijven.
Nieuwe gegevens over 2009 en 2010 van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) brengen tegenvallers aan het licht als gevolg van hogere uitgaven door met name ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra, medisch specialisten, ggz- en AWBZ-instellingen. Bij de specialisten zal na 2011 geen overschrijding meer plaatsvidnen aangezien per 2012 het beheersmodel medisch specialisten in werking treedt.
Uit- en afstel
Tegenvallers zijn ook te veroorzaakt doordat maatregelen niet doorgaan. Zo was het bijvoorbeeld niet mogelijk om een minimale eigen bijdrage in de AWBZ in te voeren. Daarnaast is de invoering van eigen bijdragen in de ggz uitgesteld tot 2012. Verder zijn de verwachte uitgaven aan persoonsgebonden budgetten (pgb’s) vanaf 2012 naar boven bijgesteld.
Compensatie
Om deze tegenvallers te compenseren worden maatregelen genomen. In de curatieve zorg is in het hoofdlijnenakkoord afgesproken dat de sector een deel van de overschrijding zelf compenseert. Ook wordt het huisartsenkader gekort en wordt bespaard op de ggz. Daarnaast worden beperkende maatregelen genomen met gevolgen voor het basispakket. Stoppen met roken, dieetadvisering, vijf extra behandelingen fysiotherapie, maagzuurremmers exclusief chronisch gebruik zitten niet langer in het basispakket. Verder is ruimte gecreëerd bij de farmaceutische hulp. Bij de langdurige zorg wordt de keuzemogelijkheid voor het pgb beperkt tot verblijfsgeïndiceerden. Tot slot wordt de Wtcg (Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten) inkomensafhankelijk gemaakt.
Nadere toelichting in begroting VWS
De maatregelen worden nader toegelicht in het Financieel Beeld Zorg in de begroting van VWS. (bron Zorgvisie)
============================================================
‘Zorg aan vooravond nieuwe fusiegolf’

Herverdeling van de ziekenhuiscapaciteit zal leiden tot een nieuwe golf van fusies. Dat verwacht Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie van de Universiteit van Maastricht.
Wim Groot doet zijn uitspraken aan de vooravond van een overleg tussen de Vaste Kamercommissie van VWS met de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) over de nieuwe bevoegdheid van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) om zorginstellingen op te splitsen. Wim Groot heeft daar geen hoge verwachtingen van. “De IGZ staat bekend als voorstander van ziekenhuisfusies. De aanname is dat door schaalvergroting de kwaliteit van zorg toeneemt.”
Fuseren om te specialiseren
Ziekenhuizen staan onder grote druk om samen te werken. Ze moeten voldoen aan de volumenormen van de IGZ, de verenigingen van medisch specialisten en zorgverzekeraars. Als ziekenhuizen niet voldoende operaties doen, moeten ze daarmee stoppen. Bij het ziekenhuisakkoord tussen het ministerie van VWS, ziekenhuizen en verzekeraars is afgesproken de ziekenhuiscapaciteit efficiënter te verdelen. Complexe dure zorg zou naar grote ziekenhuizen moeten, terwijl de kleinere zich meer toeleggen op de eenvoudige basiszorg. Om dat voor elkaar te krijgen, willen ziekenhuizen graag verliesgevende en winstgevende operaties uitruilen, maar volgens het kartelverbod van de Mededingingswet mag dat niet. Dat kan alleen als ziekenhuizen fuseren.
Fusiegolf
Daar komt bij dat de overgang naar integrale ziekenhuistarieven de financiële risico’s vergroot voor ziekenhuizen. “Schaalvergroting kan deze grotere financiële risico’s opvangen”, stelt Groot. “Daardoor denken ziekenhuizen ook meer tegenwicht te kunnen bieden aan de onderhandelingsmacht van grote zorgverzekeraars. Er staat een nieuwe fusiegolf voor de deur.”
Fusietoezicht nodeloos ingewikkeld
Wim Groot vindt dat het fusietoezicht nodeloos ingewikkeld wordt met de nieuwe rol van de IGZ. Het kabinet maakt een zorgspecifieke fusietoets waarin de IGZ en de Nederlandse Zorgautoriteit een aparte rol krijgen. “Meer loketten leiden tot meer bureaucratische lasten en een stapeling van toezicht. Dat leidt alleen maar tot onduidelijkheid voor fuserende partijen en mogelijke conflicten tussen toezichthouders”, aldus Groot.
Het zou veel beter zijn om het fusietoezicht simpel te houden, vindt Groot. “Leg het bij één partij neer, de NMa. Maar die moet dan wel veel strenger toetsen, bijvoorbeeld waar het gaat om de afbakening van de relevante geografische markt.”
Fusies zorgverzekeraars
Ook de fusies tussen zorgverzekeraars moet de NMa veel strenger toetsen, stelt Groot. “Het is onbegrijpelijk dat De Friesland en Achmea toestemming hebben gekregen. Het argument dat verzekerderden naar een andere verzekeraar kunnen overstappen snijdt geen hout. De Friesland was al monopolist. De fusie met de kapitaalkrachtige grootste verzekeraar maakt het voor alle andere verzekeraars bij voorbaat onaantrekkelijk om te trachten voet aan de grond te krijgen in Friesland.”
(Bron Zorgvisie)
===================================================
Minder ziekenhuizen voor complexe behandelingen
Minder ziekenhuizen zullen complexe, niet veel voorkomende behandelingen uitvoeren als gevolg van kwaliteitsnormen voor chirurgische zorg. Het gaat onder meer om behandelingen vooal om vleesklierkanker, verwijde buikaorta en longkanker.
De normen waarborgen dat patiënten de best mogelijke zorg krijgen. Het aantal ziekenhuizen dat in een eerste inventarisatie niet aan de gestelde eisen voldoet, varieert van enkele procenten tot tientallen procenten.
Geldend voor alle ziekenhuizen
De Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH), de wetenschappelijke vereniging van chirurgen, publiceert vandaag (12 september 2011) normen voor de behandeling van vaatziekten, overgewicht en kanker. De kwaliteitseisen gelden voor alle ziekenhuizen en chirurgen. Het gaat om complexe, niet veel voorkomende ingrepen zoals een operatie aan een vernauwde halsslagader, een verwijde buikaorta, aan slokdarm- en alvleesklierkanker en maagverkleiningsoperaties.
Begin dit jaar kwam de vereniging al met de normen voor een aantal kankerbehandelingen waaronder de behandeling van borst- en longkanker.
Mix van eisen
Het gaat om een juiste mix van ervaring van het gehele bij een behandeling betrokken medische team, de beschikbaarheid van geavanceerde apparatuur voor medisch onderzoek en nauwe samenwerking tussen de diverse betrokken disciplines. Zo moet een ziekenhuis voor een operatie aan een verwijde buikaorta spoeddiagnoses kunnen stellen en direct uitvoeren. De afdeling radiologie dient te werken met moderne scan-, echo- en röntgenapparaten. Op de intensive care is beademing van de patiënt mogelijk en is dag en nacht een arts en gekwalificeerd personeel aanwezig. Het medische team moet jaarlijks minimaal 20 vergelijkbare operaties doen om voldoende ervaring te hebben.
Gevolgen voor ziekenhuizen
Deze nieuwe eisen zullen gevolgen hebben voor sommige ziekenhuizen. Zo blijkt uit een eerste inventarisatie van de NVvH dat 6 van de 81 ziekenhuizen niet voldoen aan de gestelde kwaliteitsnormen voor de verwijde buikaorta. Bij de behandeling van alvleesklierkanker gaat het om 12 van de 27 ziekenhuizen.
Klinieken die niet aan de normen kunnen voldoen, krijgen een jaar de tijd om maatregelen te nemen. 'Daarom kan je ook niet zeggen dat al deze ziekenhuizen straks zullen moeten stoppen met een specifieke behandeling', verduidelijkt Rob Tollenaar, hoogleraar oncologische zorg en bestuurslid van de NVvH. 'Ze kunnen later alsnog aan alle eisen voldoen of besluiten samen te werken met ziekenhuizen die wel over de juiste ervaring of apparatuur beschikken.' Lukt dat allemaal niet dan moeten ziekenhuizen patiënten doorverwijzen naar ziekenhuizen die wel aan alle normen voldoen.
Gevolgen voor patiënten
Ziekenhuizen zullen soms onderling afspreken wie welke complexe behandelingen voor zijn rekening neemt. Door regionale afspraken zullen patiënten altijd door een ziekenhuis in hun regio geholpen kunnen worden. In sommige gevallen zal de reistijd in beperkte mate toenemen maar daar staat tegenover dat ze de beste chirurgische zorg krijgen.
Maatgevende normen
De normen van de NVvH zijn opgesteld aan de hand van de beschikbare wetenschappelijke literatuur aangevuld met de eigen praktijkkennis en -ervaring. De kwaliteitsnormen gaan niet alleen over de chirurgische ingreep, maar over de gehele behandeling. Zo moeten vooraf alle betrokken medisch specialisten nauw met elkaar overleggen over de diagnosestelling, de behandeling en het na-traject.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft in een reactie op de eerste set met normen al aangegeven dat het de kwaliteitseisen zal handhaven. Ook een aantal grote zorgverzekeraars neemt de normen als uitgangspunt voor het inkopen van zorg.
Normen eventueel aanscherpen
Indien nodig zal de NVvH de gepubliceerde kwaliteitseisen bijstellen. 'We meten van een aantal behandelingen, zoals maag-, slokdarm-, darm- en borstkanker al op eenduidige wijze wat de resultaten zijn', zegt LUMC-hoogleraar Tollenaar. 'Zo kunnen chirurgen en ziekenhuizen van elkaar leren. Als het nodig is, scherpen we de normen met die gegevens verder aan.'
Reactie Achmea
Achmea is blij dat de NVvH voor de tweede keer dit jaar kwaliteitsnormen bekend maakt. 'Als we de zorg in Nederland naar een hoger niveau willen brengen, is voortvarendheid een must', aldus Roelof Konterman, voorzitter divisie Zorg & Gezondheid bij Achmea. 'We steunen de normen van de beroepsgroep en zijn blij dat ze zelf aangeven dat de normen aangescherpt kunnen worden. We zijn ervan overtuigd dat dit met registratie van uitkomsten van zorg ook mogelijk is. We gaan hierover graag in gesprek met de beroepsgroep.'
(bron zorgmarkt)
=========================================
Wiegel (ZN) wil minder ziekenhuizen - NVZ boos

De voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Hans Wiegel, zegt in het AD dat Nederland best toe kan met minder ziekenhuizen. Hij vraagt zich af of het wel zo efficiënt is dat op sommige plaatsen twee of drie ziekenhuizen dicht bij elkaar staan.
'Ik zie op bepaalde plekken, in steden, maar ook in sommige landelijke gebieden, soms wel twee of drie ziekenhuizen vlak bij elkaar liggen. Dan vraag ik mij af of dat erg efficiënt is', zegt de voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland in een
interview met het
AD van zaterdag 10 september 2011.
Wiegel noemt als voorbeeld Leeuwarden, waar één van de drie ziekenhuizen overbleef. 'Dat leverde een enorme besparing op, terwijl de zorg voor patiënten er niet onder leed.'
Ook denkt Wiegel dat privéklinieken steeds meer kunnen overnemen van ziekenhuizen. Volgens hem werken privéklinieken vaak veel goedkoper.
Furieus
De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) reageert in het
AD furieus op Wiegels uitspraken. Die zijn 'voorbarig en totaal niet beargumenteerd', zegt de NVZ. Ook zijn ze volgens de ziekenhuizen in strijd met het kabinetsbeleid, omdat minister Schippers van Volksgezondheid zorg wil die 'dichtbij de burger, toegankelijk en laagdrempelig' is.
(bron zorgmarkt)
Sint Franciscus nummer 1 in AD Ziekenhuis Top 100
© SFG
Het Rotterdamse Sint Franciscus Gasthuis mag zich een jaar lang het best presterende ziekenhuis van Nederland noemen. Dat blijkt uit de AD Ziekenhuis Top 100 die zaterdag voor de achtste keer verschijnt. Dan wordt ook bekend welke notering andere ziekenhuizen krijgen en wie dit jaar als laatste eindigt. In vergelijking met 2010 is de top 10 drastisch veranderd: daarin staan liefst 8 ziekenhuizen die in 2010 nog fors lager eindigden.
'Wij zijn heel erg trots op dit resultaat', zegt Karen Kruijthof, bestuurder bij het Rotterdamse ziekenhuis. 'Alle medewerkers van het Sint Franciscus hebben hieraan bijgedragen. Beter dan de eerste plaats kan niet, maar we proberen elke dag waar te maken dat wij deze positie verdienen.'
AD-hoofdredacteur Bart Verkade overhandigde gisteren de trofee aan een afvaardiging van het trotse personeel. Vandaag is er taart voor patiënten en krijgen alle medewerkers een cadeau om de hoogste plaats te vieren.
Kwaliteit van zorg
Het Rotterdamse ziekenhuis, vorig jaar al in de top 10, scoort op bijna alle 38 kwaliteitspunten die dit jaar meetellen in de ranglijst van deze krant stukken beter dan gemiddeld. Zo haalt het ziekenhuis veel punten als het gaat om de kwaliteit van verpleegkundige zorg, maar ook op het terrein van bijvoorbeeld operaties bij kankerpatiënten.
De AD Ziekenhuis Top 100 is dit jaar vernieuwd met tal van kwaliteitsaspecten en daarom nauwelijks te vergelijken met voorgaande edities. Zo weegt dit jaar voor het eerst mee hoe ziekenhuizen de zorg bij diabetes- en reumapatiënten hebben geregeld en is er meer aandacht voor de kwaliteit van specialistische ingrepen. (bron AD.)
===============================================
UMC St. Radboud start REshape Academy
Het UMC St Radboud start dit academische jaar met de Radboud REshape Academy. Een opleidingsprogramma waarin veranderingen in de gezondheidszorg centraal staan.
Veranderingen in zorg
Het curriculum van de REshape Academy bestaat in 2011/2012 uit tien modules. Alles wat samenhangt met veranderingen in de zorg komt aan bod, zoals innovatie, compassie, e-health, communicatie, veranderingen in het onderwijs en service design. De modules zijn bedoeld voor patiënten, mantelzorgers en zorgprofessionals en bijvoorbeeld beleidsmakers of -strategen.
Uitdagingen toekomst
De zorg staat de komende jaren voor grote uitdagingen. De vraag naar zorg neemt toe in de komende jaren, terwijl de kosten stijgen en er grote tekorten gaan ontstaan aan verzorgend personeel. Daarnaast bepalen technische innovaties in snel tempo de mogelijkheden in de zorg en krijgt de patiënt een steeds zelfstandiger rol in het zorgproces en eist een plaats op in zijn eigen behandelteam. Om deze uitdagingen aan te kunnen, moeten patiënten, hun familie en verzorgenden en de zorgprofessionals gezamenlijk de zorg opnieuw vormgeven. Vanuit dat oogpunt heeft het UMC St Radboud het REshape programma ontwikkeld. Van hieruit worden evenementen, onderzoek en projecten opgezet. Via de Radboud REshape Academy worden kennis, ervaringen en contacten met elkaar gedeeld.
E-patient Bootcamp
De eerste module is de E-Patient Bootcamp en vindt plaats op 28 september. De e in e-patiënt staat voor empowered. Een bootcamp is een term voor een zeer intensieve training.
Een E-patient maakt gebruik van zijn kracht, kennis en ervaring om actief een rol te spelen bij de behandeling van zijn ziekte. Internet biedt patiënten de mogelijk om elkaar te treffen, kennis te vergaren over medische ontwikkelingen en ervaringen te delen. Maar hoe pak je dit aan? Wat kun je er dan mee? Op deze dag is E-patient Dave, een van de bekendste ambassadeurs op het gebied van patient empowerment, aanwezig. Hij heeft een bootcamp ontwikkeld om patiënten te trainen om zelf aan de slag te gaan. Ook e-patients Sarah Riggarre uit Zweden en Lodewijk Bos uit Nederland zijn ter plekke om hun kennis en ervaringen te delen.
(bron Skipr)
==================================================
12.000 extra banen in zorgsector
Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten heeft met de gezondheidssector afspraken gemaakt over de komst van 12.000 extra medewerkers in de verpleging. Dat is een toename van ruim 4 procent.
Elk jaar wordt er 850 miljoen euro geïnvesteerd in extra personeel. Deze uitbreiding was al aangekondigd in het regeerakkoord.
In de langdurige zorg zijn meer mensen nodig, omdat er steeds meer ouderen komen die zorg nodig hebben. De 12.000 extra medewerkers moeten over twee jaar echt aan de slag zijn in instellingen voor ouderen, gehandicapten en psychiatrische patiënten.
=======================================================
Ziekenhuizen richten MS Centrum Oost-Brabant op
Vier Brabantse ziekenhuizen hebben een kliniek opgericht voor multiple sclerose: het Regionaal MS Centrum Oost-Brabant. Dit expertisecentrum is een samenwerkingsverband tussen de maatschappen neurologie van het Catharina-ziekenhuis in Eindhoven, Elkerliek Ziekenhuis in Helmond, St-Anna Ziekenhuis in Geldrop en Ziekenhuis Bernhoven in Veghel/Oss. Dit meldt het Eindhovens Dagblad.
Regionaal MS Centrum Oost-Brabant
Op donderdag 29 september wordt het het Regionaal MS Centrum Oost-Brabant officieel geopend. Het centrum is een initiatief van de neurologen Michel Bos (St. Anna Ziekenhuis) Mariëlle Bartolomeus (Bernhoven), Gerald Hengstman (Catharina Ziekenhuis) en Maaike Bos (Elkerliek ziekenhuis). In Oost-Brabant wonen naar schatting 1000 ms-patiënten.
Lokale topzorg
In plaats van centralisatie van zorg, met lange reistijden, weinig flexibiliteit en geen kennis van de lokale zorgsituatie, wordt in de vier ziekenhuizen optimale zorg geboden in de directe omgeving van de patiënt. MS-patiënten krijgen zo in de eigen omgeving de best mogelijke chronische zorg volgens de laatste wetenschappelijke inzichten en met de nieuwste medicatie, aldus de initiatiefnemers. Het Regionaal MS Centrum verleent ook zorg buiten de muren van het ziekenhuis. Zo vinden consultaties plaats in verpleeghuizen en krijgen patiënten bezoek aan huis indien nodig.
(bron skipr)
======================================

Van Montfort wil af van CQ-index en Zichtbare Zorg
Kwaliteitsinstrumenten zoals Zichtbare Zorg en de CQ-methodiek voldoen niet meer. Dat zei Guus van Montfort, de kersverse bestuursvoorzitter van brancheorganisatie ActiZ, tijdens een informele meeting op maandag 29 augustus. Hij pleit voor nieuwe kwaliteitsmetingen in de langdurige zorg.
Van Montfort wil af van de situatie waarbij een groot aantal zorgaspecten wordt gemeten zonder dat dit een goed vergelijkbaar resultaat oplevert. In kwaliteitsmeting moet de cliënt de leidende maat zijn. “De huidige systematiek is absoluut niet meer herkenbaar op de werkvloer en daar moeten de gegevens toch vandaan komen. Bovendien leidt het tot een zeer grote bureaucratie en die twee dingen versterken elkaar.”
Ruzie
Over de weerstand die binnen de gelederen van ActiZ was ontstaan tegen kwaliteitsmetingen, zegt Van Montfort desgevraagd: “Het draagvlak voor met name Zichtbare Zorg en in mindere mate de CQ-methodiek is weg bij veel van onze leden. Daar is inderdaad een flinke discussie over gevoerd de afgelopen tijd. De conclusie hiervan is dat we naar een geheel nieuwe methodiek willen.”
Cliënttevredenheid
In de nieuwe manier van kwaliteit meten, ziet de voorzitter twee taken voor de sector. Ten eerste moet de branche verantwoordelijk zijn voor informatie waarmee leden de kwaliteit van zorg voor hun cliënten kunnen verbeteren. Dat zijn bijvoorbeeld cliënttevredenheidrapportages. Ten tweede moet de branche informatie naar buiten brengen op basis waarvan cliënten een keuze kunnen maken voor een zorgorganisatie. Dat zijn vergelijkbare kwaliteitsgegevens. Volgens Van Montfort is er nog geen deadline wanneer er definitief wordt afgestapt van het huidige systeem. “Dat is niet aan ons. Wij geven vandaag een signaal af waar wij naartoe willen met cliëntvolgende bekostiging en kwaliteitsmeting.”
CQ-index
Volgens Van Montfort is er nog geen deadline wanneer er definitief wordt afgestapt van het huidige systeem. “Dat is niet aan ons. Wij geven vandaag een signaal af van waar wij naar toe willen met cliëntvolgende bekostiging en kwaliteitsmeting.”
(bron Zorgvisie)
==================================================
KNMG: 'Arts moet leren van kapper
en garagehouder'
Artsen moeten klantgerichter worden. Dat stelt. Arie Nieuwenhuijzen Kruseman, voorzitter van de artsenfederatie KNMG.
“Waarom snappen kappers en garagehouders wél dat ze hun klanten niet onnodig moeten laten wachten, maar is dat niet bij alle artsen het geval?”, zegt Nieuwenhuijzen Kruseman. Hij noemt het voorbeeld van een polikliniek van een ziekenhuis waar alle patiënten om negen uur moeten verschijnen. “Terwijl sommigen pas vier uur later aan de beurt zijn. Dan vraag ik: Waarom doen jullie dat? En dan zeggen de dokters: Dat is handig, want dan zitten ze al klaar.''
Niet te geloven
Volgens de voorman van de artsenorganisatie is dat ‘niet te geloven’. Maar er zijn meer voorbeelden. Zo moet hij erkennen dat het ook nog steeds voorkomt dat patiënten zitten toe te kijken hoe er eerst een taart de spreekkamer in wordt gedragen, en daarna een dienblad met kopjes zodat de medewerkers van de afdeling een verjaardag kunnen vieren, terwijl de wachtkamer vol zit.
Economische crisis
Hoe het komt dat veel artsen hun eigen ding blijven doen? De voorzitter haalt zijn schouders op: “Makelaars en notarissen verdienen minder als er een economische crisis heerst. Maar bij artsen speelt dat niet. Patiënten komen toch wel. Ik wil daarbij aantekenen dat er natuurlijk ook veel dokters zijn die heel toegewijd met hun patiënten omgaan.”
Ivoren toren
In de jaren zeventig, de tijd dat Nieuwenhuijzen Kruseman medisch student was, stonden artsen nog onaantastbaar op een voetstuk. "Als iemand een ernstige ziekte had, dan vertelde je hem dat niet. De patiënt vroeg er ook niet naar. De dokter zat in een ivoren toren, en wat hij deed was goed."
Kapper
Inmiddels is het voetstuk voor een groot deel verdwenen. "Maar het moet nóg vanzelfsprekender worden dat je mensen op tijd helpt, en excuses aanbiedt als ze een kwartier moeten wachten. Dat doet een kapper toch ook?"
Kwaliteit
De KNMG kan een dokter niet dwingen zijn opstelling jegens de patiënt aan te passen. 'De markt' zal volgens Kruseman het werk moeten doen. "Sinds een aantal jaar moeten ziekenhuizen met elkaar concurreren. Ze moeten de beste kwaliteit en goede zorg leveren aan de patiënten. Die kunnen steeds vaker op internet zien in welk ziekenhuis ze lang moeten wachten en hoeveel heroperaties er moeten worden uitgevoerd omdat er iets mis is gegaan. De patiënten gaan dan vanzelf naar het ziekenhuis waar de hulp wel goed is. Als uiteindelijk minder patiënten naar een bepaalde dokter toegaan, gaat hij of zij vanzelf om."
Cultuuromslag
Hoelang het gaat duren voordat de cultuuromslag een feit is? De KNMG-voorzitter: "Ik denk een generatie.'' (Bron ANP – Wouter van den Elsen / Twitter)
===============================================

De Aletta Jacobs Prijs 2012 van de Rijksuniversiteit Groningen wordt toegekend aan mw. dr. Els Borst. Els Borst ontvangt de prijs vanwege de genuanceerde wijze waarop zij medisch-ethische kwesties in het publieke debat aan de orde heeft gesteld en voor hetgeen zij daarmee heeft bereikt. Haar werk kan worden gezien als een verlengstuk van de kwesties waar Aletta Jacobs zich in haar tijd voor inzette. De Aletta Jacobs Prijs wordt uitgereikt op 8 maart 2012.
Els Borst-Eilers (Amsterdam, 1932) studeerde geneeskunde aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam (de huidige UvA), waarna ze zich vervolgens specialiseerde in kindergeneeskunde en immuno-hematologie. In 1972 promoveerde ze aan dezelfde universiteit.
Ze werkte o.a. als wetenschappelijk medewerker aan de Rijksuniversiteit Utrecht en als hoofd Bloedbank en medisch directeur aan het Academisch Ziekenhuis in Utrecht.Van 1986 tot 1994 was zij vice-voorzitter van de Gezondheidsraad en van 1992 tot 1994 daarnaast bijzonder hoogleraar evaluatieonderzoek van het klinisch handelen in het Amsterdams Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam.
Van 1994 tot 2002 was Els Borst minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In 1998 was ze lijsttrekker van D66 voor de Tweede Kamerverkiezingen. Daarnaast bekleedde (en bekleedt) ze diverse bestuursfuncties in de gezondheidszorg, waaronder vele voorzitterschappen.
Invloed als bewindsvrouw
Als bewindsvrouw stelde Els Borst veel medisch-ethische kwesties aan de orde, waaronder drugsbeleid, tabaksontmoedigingsbeleid, euthanasie, embryo-onderzoek, patiëntenrechten, voeding en alcoholgebruik. Veel van het door Els Borst voorgestelde beleid resulteerde in wetgeving. Een van haar laatste wapenfeiten was de wetswijziging van de Tabakswet in 2002. Daarin werd de verkoop van tabaksproducten aan de leeftijdsgrens van 16 jaar gebonden, tabaksreclame en roken in openbare ruimten verboden en kregen werknemers het recht op een rookvrije werkplek.
Durf
Als minister heeft Els Borst laten zien dat zij durf heeft, grensverleggend kan zijn en er niet voor terugschrikt om uiterst gevoelige kwesties in een breed maatschappelijk debat aan de orde te stellen. Zij deed dat altijd met de nodige voorbehouden en nuances. Ze werd gekenmerkt door eigenzinnigheid, openheid en een eigen visie. Dat is haar niet altijd in dank afgenomen, omdat ze onderwerpen aan de orde stelde die door anderen als te pijnlijk en te lastig werden ervaren en waar men liever over zweeg. Door de grensverleggende wijze waarop zij maatschappelijke problemen op een menslievende manier aan de orde stelde, is zij een ware ‘Aletta Jacobs’.
De Aletta Jacobs Prijs wordt op 8 maart 2012 aan Els Borst uitgereikt door de rector magnificus van de RUG, prof. dr. Elmer Sterken, in het Academiegebouw van de RUG. De prijs wordt uitgereikt binnen een programma dat in het kader staat van Healthy Ageing. Daarnaast worden leerlingen van het Aletta Jacobs College uit Hoogezand betrokken bij het programma.
=========================================
‘Geen vangnet voor verzekeraars’

Er komt geen extra vangnet voor zorgverzekeraars om de gevolgen van de nieuwe ziekenhuisbekostiging op te vangen. Dat zegt minister Edith Schippers van VWS in een interview met Zorgvisie.
Ziekenhuizen gaan volgend jaar over op prestatiebekostiging onder DOT (dbc’s op weg naar transparantie). De functiegerichte bekostiging wordt per 1 januari 2012 afgeschaft. Om de gevolgen op te vangen, krijgen ziekenhuizen een overgangsregeling. Die garandeert het eerste jaar 95 procent van het verschil in omzet tussen het oude en het nieuwe systeem. Het tweede jaar is dat 70 procent.
Vangnet
Zorgverzekeraars willen ook zo’n vangnet. In het ziekenhuisakkoord dat Schippers begin juli sloot met verzekeraars en ziekenhuizen staat hierover dat de gevolgen voor verzekeraars “met maatregelen in het ex-ante en ex-post risicovereveningssysteem gemitigeerd worden”. De bedoeling is om de verzachtende maatregelen deze zomer nader uit te werken.
'In principe niks'
Desgevraagd blijkt Schippers weinig te voelen voor een vangnetregeling voor verzekeraars zoals de ziekenhuizen die krijgen. “De essentie is juist dat we de vangnetten voor verzekeraars geleidelijk weghalen. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat een verzekeraar failliet gaat door de systeemwijziging, terwijl hij zijn werk goed doet. Stel dat enkele ziekenhuizen een enorme klap krijgen vanwege de systeemwijziging en dat werkt door bij een verzekeraar. Dan kijken we daar in alle redelijkheid naar.” Op de vraag waarop een verzekeraar dan kan rekenen, antwoordt ze: “In principe op niks, want een deel is eigen risico. Je kunt niet alle risico’s afdekken. We doen deze wijzigingen niet voor niets. Het huidige systeem kent perverse prikkels en daar willen we vanaf.”
Zorgstelsel moet werken
Schippers benadrukt in het interview dat haar maatregelen als doel hebben het zorgstelsel echt te laten werken. Het vergroten van de risico’s moet verzekeraars prikkelen werk te maken van selectieve zorginkoop. Verder gaat Schippers in het interview in op het ‘macrobeheersinstrument’ om de kosten voor ziekenhuiszorg te beheersen, het kwaliteitsinstituut en de bezuinigingen in de ggz. (Bron Zorgvisie – Bart Kiers)
==============================================
Schippers bekijkt bestuurswisseling Maasstad
Minister Schippers van Volksgezondheid laat uitzoeken wat er voor haar juridisch mogelijk is rond de benoeming van interim-bestuursvoorzitter Peter Weeda bij het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Ze doet dat nadat de PVV en de SP tegen zijn aanstelling hadden geprotesteerd, omdat Weeda elders al zeker een keer met een gouden handdruk zou zijn ontslagen.
Schippers laat “zorgvuldig uitzoeken'' wat er mogelijk is, voor ze conclusies trekt en de Kamervragen beantwoordt, zo zei ze woensdag na ministersberaad over Prinsjesdag. Weeda vervangt als interim-directeur in het Maasstad Ziekenhuis de opgestapte directeur Paul Smits. In het ziekenhuis zijn 28 mensen overleden die besmet waren met de Klebsiellabacterie.
Governance-code
Weeda was al lid van de raad van toezicht van het ziekenhuis. Om zuivere verhoudingen te waarborgen moet er volgens de governance-code tenminste drie jaar zitten tussen een lidmaatschap van de raad van toezicht en een eventuele bestuursfunctie bij dezelfde organisatie. Weeda’s benoeming staat daarmee op gespannen voet met de governance-code.
´Graaier´
Daarbij komt volgens de SP dat de raad van toezicht gedurende de klebsiella-affaire heeft gefaald en dat daarom geen goede vervanger van Smits is. Vanwege het feit dat Weeda bij eerdere betrekkingen voortijdig zou zijn vertrokken met afkoopsommen, noemde de SP Weeda eerder ook “een beruchte graaier”. (ANP/Skipr)
===============================================
Schippers wil risicodragend kapitaal in zorg toelaten

Aanbieders van medisch specialistische zorg moeten meer mogelijkheden krijgen om risicodragend vermogen aan te trekken. Minister Schippers wil daarom een wetsvoorstel indienen dat deze vorm van financiering mogelijk maakt.
Aantrekkelijker
Volgens Schippers wordt het voor private financiers aantrekkelijker om in de gezondheidszorg te investeren als aanbieders in de cure risicodragend kapitaal mogen aantrekken. Dit schrijft de minister in antwoorden op vragen van SP-Kamerleden Henk van Gerven en Renske Leijten over de plannen van het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis (ADRZ) om onder de vlag van zbc de Victoria Kliniek Zierikzee een ziekenhuis op die plek in stand te houden.
Rechtsvorm
Volgens Schippers zorgt het plan van het ADRZ voor een groei van het zorgaanbod in de regio en kunnen patiënten voor meer consulten en behandelingen terecht in Zierikzee. Over de rechtsvorm van de betreffende zorgaanbieder heeft Schippers geen oordeel, zo schrijft ze in de antwoorden. Wel benadrukt de minister dat het ziekenhuis zelf kan bepalen onder welke rechtsvorm zij de zorgverlening onderbrengt en dat private financiering niet verboden is, mits dit binnen de randvoorwaarden van de wet- en regelgeving gebeurt. Om hiervoor meer mogelijkheden te creëren wil Schippers daarom voor het einde van het jaar bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel indienen.
Niet klaar
Begin mei betoogde hoogleraar Bart Berden in het Financiëele Dagblad (FD) dat de Nederlandse gezondheidszorg nog niet klaar is voor de toestroom van vreemd kapitaal. Winst en rendement zijn nog altijd begrippen die haaks staan op de opstelling van zorgverleners en de manier waarop de Nederlandse burger naar de zorg kijkt, aldus Berden, die tevens bestuurder van het St. Elisabeth Ziekenhuis. Arts en bedrijfskundige David Ikkersheim constateert dat het veld wel klaar is voor risicodragend kapitaal. Naar aanleiding van een discussie tijdens een evenement van het project Werken aan de Zorg schreef Ikkersheim dat de aanwezige zorgbestuurders open staan voor deze vorm van financiering, maar de politiek nog niet.
=================================================
'EPD kan doorstart maken'
Huisartsen, apothekers en zorgverzekeraars vinden dat het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) toch kan worden ingevoerd. Een aantal koepelorganisaties heeft hiertoe een vertrouwelijk voorstel gedaan.
Het EPD, waarmee artsen medische informatie over patiënten kunnen uitwisselen, sneuvelde dit voorjaar in de Eerste Kamer. De senatoren vreesden dat de privacy van patiënten onvoldoende kon worden gewaarborgd. Aan de jarenlange voorbereiding van het megaproject was toen al ongeveer 300 miljoen euro besteed.
Privacygarantie
De Landelijke Huisartsenvereniging (LHV), de Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de apothekersorganisatie KNMP en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA) hebben een vertrouwelijk voorstel gepresenteerd om toch een digitaal patiëntendossier te kunnen invoeren dat de privacy van de patiënt volledig garandeert. Dit voorstel is in handen van het ANP.
Kosten
Het EPD zou voortaan Servicecentrum voor Zorgcommunicatie gaan heten. Het plan zou 10 miljoen per jaar kosten. Zorgverzekeraars zouden bereid zijn de kosten te dragen. Ze zouden die doorberekenen via een verhoging van de tarieven die artsen en apothekers voor hun werk krijgen.
Advies
Nictiz, de organisatie die belast was met de oprichting van het EPD, heeft na het afblazen van het project opdracht gekregen te onderzoeken of een doorstart mogelijk is. Bronnen rond de vijf koepelorganisaties zeggen goede hoop te hebben dat Nictiz hun voorstel heeft overgenomen. De organisatie zou minister Edith Schippers van Volksgezondheid inmiddels hebben geïnformeerd over haar standpunt. Een woordvoerder van Nictiz bevestigt dat de brief aan de minister is verstuurd, maar wil niet ingaan op de inhoud van het advies.
Belangrijk middel
De vijf belangenorganisaties van artsen en apothekers vinden dat een centraal patiëntendossier een belangrijk middel is om de patiëntveiligheid te verbeteren. Als patiënten, zoals bij bijvoorbeeld senioren veel voorkomt, behandeld worden door diverse artsen, kunnen die hun behandelingen op elkaar afstemmen. Dat voorkomt veel medische complicaties. (ANP)
=========================================
hict nv benoemt een vernieuwde raad van bestuur
hict nv, een consultancy bedrijf actief in de gezondheidszorg, benoemt een vernieuwde raad van bestuur. De nieuwe bestuursleden zijn Dr. Jan Van Emelen, Dr. Robert Lins en dhr. Cees Vermeer. Dhr. Jan Pollet zal aftreden als bestuurslid van hict. Als gevolg van de verdere groei van hict nv werd er een nieuwe raad van bestuur samengesteld om hict te helpen bij zijn doelstelling: “marktleider worden van nationale en internationale consultancy in de gezondheidszorg”.
Eerst en vooral willen we graag dhr. Jan Pollet bedanken voor zijn bijdrage tot de oprichting van hict 7 jaar geleden en voor zijn steun als zelfstandig bestuurslid gedurende deze periode. We hopen dat we kunnen blijven rekenen op zijn advies en suggesties en we zullen projectmatig blijven samenwerken voor onze gezamenlijke klanten.
Naast de interne verantwoordelijkheid voor hict, zullen de nieuwe en bestaande bestuursleden ook assisteren in de verdere ontwikkeling van het bedrijf. Als een belangrijk klankbord voor de directie van hict, zullen ze een diepgaande kennis van de gezondheidszorg (Belgische markt en internationale markten), een breed netwerk en een individuele bijdrage in de hict projecten bijbrengen.
Naast Dr. Christoph Springer (Zwitserland), die al meer dan twee jaar bestuurder is en hict ook helpt in het interne beheer en het domein “value management” in de farmaceutische industrie en dhr. Jan Demey, CEO van hict nv, werden volgende nieuwe bestuursleden benoemd:
Ons eerste nieuwe lid is Dr. Jan Van Emelen. In zijn huidige functie is hij “Directeur Innovatie bij de Onafhankelijke Ziekenkas (MLOZ)”. Hij coördineert innovatieve projecten in samenwerking met andere partijen op gebied van gezondheidszorg en zorgsystemen. Zijn voornaamste bezigheid is “Disease Management” op Belgisch nationaal niveau, maar ook belangrijk is zijn functie als president van de internationale werkgroep “disease mangement” binnen het AIM (Association Internationale de la Mutualité).
Hij startte zijn carrière als arts bij ABOS (Belgian Administration for Development Cooperation), WHO en Development Assistance (een onderzoekseenheid van ontwikkelingsstudies). Later was hij betrokken in gezondheidsinspectie binnen de Belgische werknemersadministratie en was hij overheidsadviseur en expert in de gezondheidsinspectie en sociale bescherming.
Dr. Van Emelen zal hict een vernieuwende kijk bijbrengen over hoe we de gezondheidszorg zullen beheren in de toekomst. Met een duidelijke visie van de ziekenhuis specifieke context aan de ene kant en een macro/internationaal beeld aan de andere kant willen we Dr. Van Emelen graag bedanken voor zijn engagement als bestuurslid van hict.
Ons tweede nieuw bestuurslid is Dr. Robert Lins. Tot voor kort was hij Managing Director SGS Life Science Services Clinical Research. Hij is momenteel actief als senior consultant in de gezondheidszorg. Doorheen zijn carrière heeft hij verscheidene jobs gehad waaronder Directeur van een medische afdeling, Algemeen Directeur van een ziekenhuis, oprichter en Directeur van een Clinical Pharmacology Unit. Hij heeft zijn doctoraat in de Medische Wetenschappen behaald en was lector aan de Universiteit van Antwerpen en Gent. Dr. Robert Lins is nog steeds professor aan de Universiteit van Antwerpen (departement interne geneeskunde). Naast zijn werk is hij tevens lid van verschillende wetenschappelijke en beroepsorganisaties en auteur van vele wetenschappelijke publicaties
Dr. Lins heeft een klare kijk op het Belgische ziekenhuisbeheer en operationele activiteiten. Hij zal hict kunnen steunen op de Belgische alsook op de internationale markt, betreffende centers of excellence voor klinische R&D en proces optimalisatie. Dr. Lins zal naast zijn lidmaatschap van de raad van bestuur ook betrokken worden in de projecten en dagelijkse activiteiten van hict. We verwelkomen Dr. Lins binnen onze organisatie.
Ons derde nieuwe lid is dhr. Cees Vermeer, Directeur en belangrijke aandeelhouder van verschillende bedrijven. Hij heeft zich gespecialiseerd in de initiatie en strategische ontwikkeling van commerciële organisaties in de medische, revalidatie en farmaceutische industrieën. Het beleid en de investeringen zijn gericht op innovatieve producten en/of concepten waar duurzame ontwikkelingen van essentieel belang zijn en de mensen centraal staan. Eerder werkte hij als zelfstandige consultant. Dhr. Cees Vermeer heeft veel professionele kennis en een brede ervaring in de ontwikkeling van strategieën in complexe zaken en in het initiëren en implementeren van veranderingsprocessen. Hij heeft daarnaast ook nog gewerkt als Directeur en belangrijke aandeelhouder van “Lopital Nederland bv”. In zijn eerste job werkte hij als Internationale Marketing en Verkoopsmanager bij “Koninklijke Nedlloyd Groep nv”.
Dhr. Vermeer is een ervaren ondernemer in de gezondheidszorg, zowel in Nederland als daarbuiten. Met dhr. Vermeer in het bestuur kunnen we de expliciete brug met hict bv (Den Haag) bouwen. Met dhr. Cees Vermeer’s domein van expertise zullen we een nationaal en internationaal bedrijf ontwikkelen (zowel vanuit het bedrijf zelf als vanuit een marktperspectief). Zijn kennis zal bijdragen tot het structureren van hict nv vanuit een organisatorisch perspectief. We willen dhr. Vermeer graag bedanken om zich bij ons aan te sluiten.
Met deze nieuwe raad van bestuur en onze huidige succesvolle operationele structuur gebaseerd op de expertisedomeinen zijn we ervan overtuigd dat hict verder zal evolueren als bedrijf. Met een gecontroleerde groei, een diepgaande kennis en een grote klantenportefeuille in België en daarbuiten is hict enthousiast over de huidige activiteiten en toekomstige projecten.
==========================================================================
VUmc-bestuurder Savelkoul gaat met pensioen

Jean Savelkoul, vice-voorzitter van de raad van bestuur in het Amsterdamse VUmc gaat eind augustus met pensioen. Ter gelegenheid van zijn afscheid organiseert VUmc op donderdag 15 september een symposium over acute zorg.
Werkzaamheden
Prof. dr. Jean Savelkoul is sinds januari 2000 verbonden aan VUmc. Voorafgaand aan deze functie was hij onder andere hoogleraar medische toxicologie aan het UMC Utrecht en tevens afdelingshoofd van de intensive care/klinische toxicologie. Ook heeft Savelkoul een belangrijke bijdrage geleverd aan het ontstaan van het Calamiteitenhospitaal in Utrecht en zich vele jaren succesvol ingezet voor onder meer de vormgeving van de traumazorg voor Noord-Holland, hetgeen later heeft geleid tot een functie als bestuurslid en vice-voorzitter van de Landelijke Vereniging voor Traumacentra. VUmc stelt geen opvolger aan voor de functie van Savelkoul, de overige leden van de raad van bestuur zullen de taken onderling verdelen.
Acute zorg
Tijdens het middagsymposium op 15 september met de titel 'Zorg om rampen', komen verschillende aspecten van de acute zorg aan bod, zoals veiligheid en de organisatie van de acute zorg nu en in de toekomst. Een goede organisatie van de acute zorg is een voorwaarde voor veiligheid in de samenleving, zo luidt het thema. Aansluitend zal Savelkoul zijn afscheidsrede met de titel 'Academische patiëntenzorg Essentieel in het zorgcontinuüm' uitspreken.
(bron Skipr

Nieuw Wmo-beleid in Rotterdam
De gemeente Rotterdam gaat haar zorg- en welzijnsbeleid radicaal anders inrichten. Voortaan wordt per afgebakend gebied zorg ingekocht onder regie van een consortium dat uit maatschappelijke partners bestaat. Hiermee speelt de Zuid-Hollandse gemeente in op de overheveling van begeleiding naar de Wmo in 2013.
In een brief aan alle zorg- en welzijnsaanbieders in de gemeente heeft wethouder Korrie Louwes haar nieuwe visie op de Wmo toegelicht. De stad wil zorg en welzijn doelmatiger aanpakken, mede om voorbereid te zijn op de overheveling van begeleiding en op de korting van het Wmo-budget.
Consortium van partners
Programmamanager Sikko Bakker werkt aan het nieuwe beleid. “Dat een consortium van verschillende maatschappelijke partners per deelgebied de regie krijgt om zorg in te kopen, werkt veel doelmatiger omdat de samenwerkende partijen kennis gaan delen. Bovendien kunnen zij van elkaars infrastructuur gebruikmaken. Een locatie voor dagbesteding van ouderen kan bijvoorbeeld in de avonduren worden gebruikt door mensen met een beperking. En in plaats van verschillende zorgverleners voor iedere doelgroep apart, kunnen we straks met één coördinerende medewerker meerdere doelgroepen bedienen.”
Cliëntenorganisatie twijfelt
De regionale cliëntenorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking, Platform VG Rijnmond, heeft veel vraagtekens over de plannen. “Ik schrik van zo’n opmerking over één medewerker die beide doelgroepen kan bedienen. Geldt dat ook voor mensen met een verstandelijke beperking? Ik hoop van niet, je kunt niet zomaar ouderen samen zetten met verstandelijk gehandicapten”, zegt voorzitter Kees Marges. “Of neem het vervoer. Dat valt straks ook onder de Wmo. Worden ouderen en autisten in hetzelfde busje vervoerd? Als dat het geval is, vrees ik ernstige moeilijkheden.” Volgens Marges is zijn cliëntenplatform niet uitgenodigd om mee te denken over de Wmo nieuwe stijl. “Rotterdam praat nu alleen nog maar met zorgaanbieders en verzekeraars, maar niet met de cliëntenbeweging. Wij willen graag tijdig onze feedback geven en niet pas nadat alle andere partijen hun plannen hebben besproken.”
Pilot in drie deelgemeenten
Volgens Bakker start in 2012 een pilot in drie deelgemeenten: Hoogvliet, Charlois en IJsselmonde. Hieruit moet blijken of de nieuwe aanpak succesvol is. (bron Zorgvisie)
======================================================
Aantal volledige SEH’s met ruim eenderde afgenomen
19 juli 2011
Tussen 2008 en 2011 is het aantal volledige afdelingen spoedeisende hulp (SEH) afgenomen van 104 naar 67. Het aantal mensen dat buiten de normtijd van 45 minuten valt, is daardoor met een half procent toegenomen tot 142.300. Dat blijkt uit berekeningen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
De afname wordt volgens het RIVM veroorzaakt door fusies van ziekenhuizen die gepaard gingen met een concentratie van SEH-functies. Nieuwbouw zorgde voor het samengaan van ziekenhuizen op één nieuwe locatie. Bij een aantal SEH’s was er onvoldoende vraag naar bepaalde specialismen, waardoor het aanbod is weggevallen. Verder zijn er ziekenhuizen gesloten.
Onvolledige afdelingen
Naast de 67 volledige SEH’s zijn er ook SEH’s die een of meer van de acht poortspecialismen niet of niet 24x7 uur aanbieden. Deze worden door het RIVM niet meegenomen in de cijfers. De onvolledige afdelingen kunnen in de praktijk wel een belangrijke functie vervullen. Wanneer in de berekeningen ook de 32 onvolledige SEH’s worden meegenomen, stijgt het percentage van het aantal mensen dat binnen 45 minuten per ambulance naar een SEH kan worden vervoerd naar 99,7 procent. In dit geval kan dan 0,28 procent van de mensen (47.000) niet binnen de normtijd een SEH bereiken.
Bereikbaarheid van de 99 SEH’s in 2011 (67 volledige en 32 onvolledige) en de locaties van gevoelige ziekenhuizen, uitgaande van 196 standplaatsen in de ambulancezorg
Normtijd
Het aantal inwoners van Nederland dat de normtijd haalt, is gedaald tot 99,1 procent. In 2008 lag het percentage nog op 99,6 procent. Door de afname vallen nu 142.300 buiten de normtijd waarvan 24.115 personen op de Waddeneilanden woonachtig zijn.
Klinische verloskunde
Van de 99 volledige en onvolledige SEH’s bieden 84 locaties 24x7 uur klinische verloskunde aan. Met dit aantal locaties kan eveneens 99,7 procent van de bevolking binnen 45 minuten de acute verloskundige zorg bereiken. Bron: (Zorgvisie)
Lees meer:
Bereikbaarheidsanalyse 2011 (PDF)
=======================================================
Werkgelegenheid zorg groeit spectaculair

In de afgelopen tien jaar is het aantal banen in de zorg met 385 duizend gegroeid, tegen een totale banengroei van 515 duizend. Daarmee is driekwart van de banengroei in het afgelopen decennium toe te schrijven aan de zorg, zo constateert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
De sterke groei van de werkgelegenheid in de zorg is volgens het CBS ondermeer te danken aan het feit dat de zorg minder conjunctuurgevoelig is dan andere sectoren. Procentueel groeide de werkgelegenheid in de zorg de afgelopen tien jaar met 38 procent. Het leeuwendeel van de banen valt in de categorie verzorging en welzijn (846 duizend banen). In de gezondheidszorg in engere zin zijn nog eens 543 duizend mensen werkzaam. Daarmee werkt bijna een op de zeven Nederlandse werknemers in de zorg.
Vrouwen
De banengroei in het afgelopen decennium is volgens het CBS vrijwel volledig toe te schrijven aan vrouwen. Terwijl het aantal banen van mannen met slechts 12 duizend toenam, groeide dat van vrouwen met 504 duizend. Ook hier manifesteert zich een sterke samenhang met de arbeidsmarktontwikkeling in de zorg. Een kwart van alle vrouwen werkt in de zorg. Binnen de zorg zijn vier van de vijf banen voor vrouwen.
Deeltijd
Over de gehele linie wordt bijna de helft van alle banen bezet door vrouwen. Vrouwen werken echter veel vaker in deeltijd. Hierdoor bedraagt het aandeel van vrouwen in het totaal aantal gewerkte uren in Nederland maar 37 procent. Mannen werkten vorig jaar gemiddeld 1621 uur tegen 1107 uur voor vrouwen.
Grootste bedrijfstak
Door de sterke banengroei in de zorg bekleedt de sector qua omvang een tweede plek als het gaat om het aantal werknemers. De handel is met 1,5 miljoen banen de grootste bedrijfstak, op de voet gevolgd door de zorg met 1,4 miljoen banen. De industrie staat op de derde plaats. Het belang van de industrie, maar ook van de landbouw en de bouw, is de afgelopen decennia fors kleiner geworden. Veertig jaar geleden stond de industrie op de eerste plek en de zorg op de vijfde. De handel is sinds 1989 de grootste bedrijfstak.
(bron Skipr)
=========================================
Concentratie kankerzorg dringt sterfte drastisch terug

18 juli 2011
Het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven heeft de sterfte bij operaties van alvleesklierkanker met een factor tien weten te verminderen. De daling is een rechtstreeks gevolg van concentratie van zorg, zo meldt het Eindhovens Dagblad.
Tien jaar geleden kwam het sterftecijfer in het Eindhovense ziekenhuis bij operaties van alvleesklierkanker nog uit op 20 procent. Dankzij de concentratie van de zorg rond alvleesklierkanker is dit percentage gedaald tot 2,6 procent. Landelijk gezien ligt het sterftecijfer momenteel rond de zes procent. De resultaten van het Catharina worden binnenkort toegelicht in The British Journal of Surgery.
Ervaring
Aanleiding voor de concentratie was een onderzoek van het Integraal Kankercentrum Zuid (IKZ) in 2005. Hieruit kwam naar voren dat de resultaten die ziekenhuizen in Zuid-Nederland boekten op gebied van alvleesklierkanker onder de maat waren. De afzonderlijke ziekenhuizen deden met gemiddeld vier alvleesklieroperaties per jaar te weinig ervaring op om patiënten optimaal te kunnen behandelen.
Hoofdlijnenakkoord
Concentratie van de zorg staat momenteel hoog op de politieke agenda. Minister Schippers van VWS heeft in het recente hoofdlijnenakkoord afspraken gemaakt met ziekenhuizen en zorgverzekeraars over het concentreren van complexe zorg. Concentratie moet er voor zorgen dat deze complexe zorg goedkoper, efficiënter en veiliger wordt.
( bron Zorgvisie)
==================================================
Orbis en Atrium gaan fuseren

16 juni 2011
Atrium Medisch Centrum en Orbis Medisch en Zorgconcern gaan fuseren. Daartoe hebben de raden van bestuur besloten.
De instellingen maakten het voorgenomen besluit donderdag bekend. Hoewel ook de raden van toezicht en de medische staven met de beslissing hebben ingestemd, is de fusie nog niet rond. Zo moet onder andere de Nederlandse Mededingingsautoriteit de fusie nog goedkeuren. Volgens Dagblad de Limburger ontstaat na de fusie een van de grootste ziekenhuizen van Nederland met 9000 medewerkers en een omzet van zo’n 600 miljoen euro.
Voortraject
Het hing al langer in de lucht dat beide instellingen zouden gaan fuseren. In 2009 werd een fusie gezien als een goede oplossing voor de financiële problemen van Orbis. De provincie en verzekeraar CZ waren daar toen voorstander van. Adviesbureau Berenschot meldde vorig jaar dat beide instellingen door samenwerking 30 tot 35 miljoen euro kunnen besparen.
Continuïteit
In de persverklaring waarin Orbis en Atrium nu de fusieplannen bekend maken, noemen de instellingen de financiële gezondheid van beide instellingen als een belangrijke motief voor fusie. Zo kan de continuïteit van zorg op lange termijn worden gewaarborgd. Daarnaast biedt de fusie voordelen voor de patiënt. Zo verhoogt schaalvergroting de medische kwaliteit en blijft belangrijke zorg voor de regio behouden. Volgens de ziekenhuizen past het fusieplan dan ook in het beleid van minister Edith Schippers van VWS, om ziekenhuizen intensiever te laten samenwerken.
Locaties behouden
De fusie moet leiden tot een managementstructuur. Wel blijven twee volwaardige ziekenhuizen bestaan in Heerlen en Sittard-Geleen. In Kerkrade, Brunssum en Echt blijven poliklinische centra. Mogelijk worden sommige behandelingen wel geconcentreerd in Heerlen of in Sittard-Geleen. (Bron Daan Marselis en Skipr)
==================================================

Jorritsma vindt Wmo beter voor gehandicapten
14 juli 2011
Dagbesteding en begeleiding zijn beter vanuit de Wmo te organiseren dan vanuit de AWBZ, zoals nu het geval is. Dat stelt voorzitter Annemarie Jorritsma van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) in het julinummer van gehandicaptenvakblad Markant.
“AWBZ-aanspraken worden nu vervangen door iets wat veel dichter bij de mensen staat”, zegt Jorritsma ook op de site van vaktitel Gemeente.nu. “Als gemeenten dit goed doen, dan wordt het met de Wmo efficiënter en effectiever. Dat is ook de reden dat we als VNG die afspraken durven te maken. We hebben namelijk de ervaring dat we het beter voor elkaar krijgen, als je het dichtbij de mensen organiseert. Er zit minder bureaucratie tussen dan bij de grootschalige regelingen van het rijk.”
Fysieke beperkingen
De overheveling van taken van de AWBZ naar de Wmo is onderdeel van het niet ondertekende bestuursakkoord. Over de mogelijke lokale verschillen in begeleiding en dagbesteding is Jorritsma niet erg bezorgd, hoewel de voorzitter erkent dat er nog werk gaat zitten in het leren kennen van deze doelgroep. “Dat is ons in het verleden ook goed gelukt met de mensen met een fysieke beperking”, volgens Jorritsma. “Daar komt bij dat professionele instellingen de begeleiding geven, niet gemeenten. Gemeenten moeten genoeg weten om goed de regie te kunnen voeren.”
Samenwerkende gemeenten
Onderdelen van het bestuursakkoord zijn goed door individuele gemeenten uit te voeren; andere taken vragen om samenwerking. “Het is dus ook belangrijk dat gemeenten onderling gaan samenwerken. Bepaalde delen zullen zeker door samenwerkende gemeenten moeten gebeuren, al was het maar vanwege de risico’s.”
(bron Zorgvisie)
======================================================
Donner kan twijfel over Bouwbesluit niet wegnemen

13 juli 2011
Facility professionals in de zorg zijn nog niet overtuigd dat het Bouwbesluit 2012 niet tot extra kosten zal leiden zoals de verantwoordelijke minister beweert. Dat stelt Douwe Kiestra, voorzitter van de NVTG, de vereniging voor facility professionals in de zorgsector.
Hij reageert daarmee op een toezegging van minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Die verzekerde de Tweede Kamer eind vorige maand dat extra kosten door het Bouwbesluit 'niet aan de orde zijn'. Hij deed die toezegging na kritische vragen uit de Tweede Kamer en een analyse van het Expertisecentrum Regelgeving Bouw. Daaruit bleek dat de aanpassingen in het Bouwbesluit de zorgsector op kosten zou jagen.
Onvolkomenheden
De onderzoekers trokken eind mei aan de bel omdat in het nieuwe Bouwbesluit een aantal veiligheideisen onbedoeld waren aangescherpt. Met het nieuwe Bouwbesluit 2012 worden het Bouwbesluit 2003 en het Gebruiksbesluit samengevoegd. Dat moet leiden tot minder regels. De samenvoeging moest beleidsneutraal gebeuren, zegt Johan van der Spek, secretaris van de Brancheorganisaties Zorg (BoZ). Maar door een paar onvolkomenheden bij de omzetting naar het nieuwe besluit, kreeg de sector toch met aangescherpte veiligheidseisen te maken.
Vluchtroutes
Nadat dit duidelijk werd is er opnieuw overleg geweest tussen het Ministerie van VWS en de zorgsector. Tijdens die overleggen is ondermeer gesproken over de compartimentering. In het nieuwe Bouwbesluit wordt uitgegaan van een groter aantal personen per vierkante meter, waardoor de veiligheidseisen voor vluchtroutes bij brand omhoog gaan. Zorginstellingen zouden daardoor moeten verbouwen om nog aan de eisen te voldoen.
Bouwbesluit 2003
Volgens Van der Spek is die verzwaring van de eisen van de baan. “Voor bestaande gebouwen blijven de veiligheidseisen zoals gesteld in het Bouwbesluit 2003 de norm,” zegt hij. De aanpassingen op het Bouwbesluit 2012 zullen worden opgenomen in een Veegbesluit, waarin ook nog een aantal andere openstaande vragen worden opgelost. Zolang Van der Spek dat document niet gezien heeft, blijft hij alert. “We willen het Veegbesluit waarin de aanpassingen zijn opgenomen nog wel zien, om zeker te weten dat het ook goed is meegenomen.” Het Veegbesluit wordt in september verwacht.
1 miljard euro
Facility professional Douwe Kiestra van NVTG meent dat de minister zich er nogal makkelijk vanaf maakt. “Als Donner zegt dat het niet tot meerkosten leidt en dat de fouten uit het Bouwbesluit worden gehaald, dan willen wij dat graag aan onze achterban communiceren. Maar tegelijk vraag ik de minister of hij dan 1 miljard euro - de door TNO geraamde meerkosten - op de plank heeft liggen voor het geval hij geen gelijk heeft. Hij heeft ons nog niet bewezen dat de fout is opgelost.”
Invoeringsdatum
Kiestra is met name bezorgd omdat Donner de geplande invoeringsdatum van 1 januari 2012 wil vasthouden. Hij kan zich niet voorstellen dat de noodzakelijke oplossingen al in september doorgevoerd kunnen zijn in het wetgevingstraject dat al enige jaren duurt.
(bron Skipr)
===========================================
Minder ouderen verblijven in instelling

Ouderen blijven steeds langer zelfstandig wonen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het aantal ouderen groeit snel, maar het aantal ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen daalt.
Volgens het CBS neemt het aandeel zelfstandig alleenwonende ouderen en het aantal zelfstandig samenwonende ouderen toe. Het aantal 80-plussers nam tussen 2000 en 2010 toe van 500.000 naar 648.000. Tegelijk daalde het aantal ouderen dat bij een instelling is ingeschreven van 102.000 naar 90.000. Daardoor is het aandeel 80-plussers dat in een instelling woont, afgenomen van 20 naar 14 procent. Die afname heeft zich bij alle leeftijden voorgedaan. De gemiddelde leeftijd van mannen in verzorgingshuizen is sinds de eeuwwisseling vrijwel constant gebleven op 82 jaar. De gemiddelde leeftijd van vrouwen in verzorgingshuizen nam met 1 jaar toe tot ruim 86 jaar.
Vrouwen vaker alleen
De statistici berekenden dat zes op de zeven 80-plussers nog zelfstandig wonen. Wel krijgen ze soms ondersteuning. Met name vrouwen wonen beduidend vaker alleen dan mannen, al geldt dat niet in de allerhoogste leeftijden. Dit komt doordat in echtparen de man vaak als eerste overlijdt. Daardoor is het aandeel zelfstandig alleenwonende 80-plussers vooral onder vrouwen toegenomen.
(bron Skipr)
Donner: geen hogere kosten door Bouwbesluit

Het Bouwbesluit 2012 wordt aangepast zodat de zorgsector niet met extra kosten wordt opgezadeld. Dat heeft minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Tweede Kamer gezegd.
Donner deed de uitspraak tijdens een Algemeen Overleg vorige week, nadat hij kritische vragen kreeg van Tweede Kamerleden. Donner stelde dat meerkosten voor de zorgsector door het nieuwe Bouwbesluit 'niet aan de orde' zijn. Volgens de minister had zijn ministerie daarover in het voortraject ook al overleg gevoerd met de sector. Omdat ook nog een aantal andere vragen over het nieuwe bouwbesluit open staan, komt het ministerie van BZK in september met een Veegbesluit. Volgens een woordvoerder van het ministerie, zal daarin alle onduidelijkheden worden weggenomen.
Onrust
Over het Bouwbesluit 2012 ontstond in mei onrust. Toen kwam de Stichting Expertisecentrum Regelgeving Bouw (ERB) met berekeningen naar buiten waaruit bleek dat het Bouwbesluit de zorgsector op kosten zou jagen. De sector zou tot 1,5 miljard euro kwijt zijn aan nieuw- en verbouw. Die kostenpost zou ontstaan doordat veel instellingen niet aan de aangepaste eisen voor brandveiligheid zouden kunnen voldoen. Later nuanceerden twee inginieurs van ARCADIS dat. Zij stelden dat 'stemmingmakerij' de besluitvoerming vertroebelde. Van verzwaring van de eisen zou helemaal geen sprake zijn, zo stelden zij. "Door samenvoeging van de technische en gebruiksvoorschriften rond brandveiligheid ontstaat er een begrijpbaar en toepasbaar voorzieningenniveau voor brandveiligheid," aldus een van hen.
(bron Skipr)
================================================
Patiënt speelbal van verzekeraar
Minister Schippers betoogt dat concentratie van behandelingen de kwaliteit van de ziekenhuiszorg verhoogt. Maar het gaat haar helemaal niet om kwaliteit.
door: Tweede Kamerleden Henk van Gerven en Renske Leijten
11 juli 2011
Het akkoord dat minister Schippers heeft gesloten met commerciële zorgverzekeraars en ziekenhuizen, en zónder de patiëntenvereniging, is een regelrechte bedreiging voor kleine ziekenhuizen. Financiële afwegingen zullen op ontoelaatbare wijze de spreekkamer van de arts gaan domineren en uiteindelijk wordt de patiënt speelbal van de verzekeraar, die beslist waar deze behandeld moet worden.
Het is een illusie dat door concurrentie en omzetmaximalisatie de zorg beter en goedkoper zal worden. Verdere zorgverzakelijking en zorgverschraling liggen op de loer en de patiënt gaat de rekening betalen van nog meer marktwerking, schaalvergroting en bureaucratie. Ronduit gevaarlijk is het voorstel om dure operaties en medicijnen weg te bezuinigen. Het is te hopen dat de specialisten dit in het belang van de patiënt niet zullen accepteren.
In het akkoord staat dat de verzekeraars scherper onderhandelen over de prijs en kwaliteit met de ziekenhuizen. Ziekenhuizen worden geselecteerd en gedwongen bepaalde behandelingen te schrappen. Ook is het de bedoeling dat dure ingrepen bijvoorbeeld aan het eind van het leven minder snel worden gedaan en dure medicijnen en antidepressiva minder snel worden gegeven en minder vaak vergoed. De vrije prijsvorming en concurrentie tussen ziekenhuizen wordt uitgebreid van 30 procent naar 70 procent van de omzet. Ziekenhuizen moeten winst maken. Het is een illusie om te vragen aan de ziekenhuizen om hun omzet beperkt te laten groeien, terwijl ze winst moeten uitkeren aan investeerders.
Schippers betoogt dat door meer concentratie van behandelingen de kwaliteit wordt verhoogd. En, wie wil er nu geen goede zorg? Maar zeer handig verbloemt zij hiermee dat het te doen is om het saneren van de ziekenhuizen, een plan dat niet vanuit kwaliteit is ingegeven. De afgelopen jaren zijn de kosten door toegenomen concurrentie en bureaucratie bovenmatig gestegen. Nu spreken de concurrenten met elkaar af om de groei te matigen, dat zal leiden tot het weren van verliesgevende behandelingen en dus patiënten. Schrijnend voorbeeld is het afstoten van twee topklinische afdelingen longziekte en immunologie van het Academisch Ziekenhuis Maastricht, terwijl deze tot de top van de wereld behoorden.
Ook de spoedeisende eerste hulpen en intensive cares van de kleinere ziekenhuizen worden bedreigd. Zo wordt in het noorden met spanning afgewacht wat zorgverzekeraar Achmea van plan is met de ziekenhuizen in Dokkum en Heerenveen. En de bestuurder van zorgverzekeraar UVIT, Bontje, vindt dat alle verzekeraars samen de 100 spoedeisende eerste hulpen zouden moeten aanbesteden, zodat er tientallen weg kunnen.
Naast de gevolgen voor de ziekenhuizen is het duidelijk dat de patiënt speelbal wordt voor de zorgverzekeraars. Zij zullen in de toekomst bepalen waar je een behandeling moet ondergaan. Er wordt gesteld dat door concentratie de behandeling beter wordt. Dat geldt echter slechts voor een beperkt aantal heel ingewikkelde operaties zoals bijvoorbeeld bij slokdarmkanker. Voor de meeste behandelingen is concentratie niet noodzakelijk. Bovendien kunnen specialisten via de moderne communicatietechnieken en door samenwerking veel kennis uitwisselen. In weerwil van wat wordt beweerd is de prijs voor zorgverzekeraars doorslaggevend. Hoe goedkoper, hoe beter is het motto.
Bestuurder Leerink van Menzis verwoordde het als volgt: "Als die concentratie niet leidt tot lagere kosten per ingreep, dan vind ik het zonde van de moeite."
Het zal zichtbaar worden dat ziekenhuizen patiënten na een behandeling sneller willen ontslaan uit het hospitaal. Exemplarisch is ook de opmerking van de directeur van een ziekenhuis die Kamerleden vol trots vertelde dat 'de ligduur' van zijn ziekenhuis op 4,5 dagen lag, ruim onder het landelijk gemiddelde van 5,2 in 2010. Of dit ook goed is voor de patiënt is onduidelijk.
Een ander aspect zijn de wachtlijsten. In tegenstelling tot wat wordt beweerd zijn deze in de ziekenhuizen lang niet verdwenen. Recent onderzoek van de SP liet zien dat de afgesproken toegestane wachttijden in de helft van de poliklinieken voor allergologie, revalidatie, reumatologie en maag-darm-ziekten worden overschreden. Academische ziekenhuizen overschrijden bij de helft van alle behandelingen de wachttijdnormen.Om de wachttijden op te lossen is niet concentratie van zorg en minder aanbod de oplossing maar juist meer artsen en meer capaciteit.
Dat de kwaliteit van de zorg goed moet zijn en dat een beheerste groei van de zorgkosten nodig is, daarover zijn we het eens met Schippers. Maar ziekenhuizen enerzijds aanzetten tot concurrenten met winstoogmerk en ze anderzijds vragen beheerst te groeien is onverenigbaar.
Dat de zorgverzekeraars in stelling worden gebracht om ziekenhuizen te dwingen behandelingen te schrappen, niet uit kwaliteitsoverwegingen maar vanuit kostenperspectief, is het verkeerde recept. De vrije markt gaat niet leiden tot beheerste groei, omdat de drang naar winst maken en omzetdraaien prevaleren boven kostenbesparing. Ook zullen deze mechanismen de artsen dwingen om bezig te zijn met commerciële belangen, terwijl het moet gaan om de inzet om de patiënt beter te maken.
Renske Leijten en Henk van Gerven zijn Kamerlid voor de SP. Zij zijn woordvoerders zorg. Van Gerven was ook huisarts in Oss.
Dit artikel verscheen eerder in het Brabants Dagblad van 6 juli 2011
============================================
Staatssecretaris start proef met indicatievrije zorg

Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten van VWS start een experiment om de bureaucratie in de zorg terug te dringen. Dat schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer.
In haar brief schrijft de staatssecretaris dat ze op een aantal gebieden zal werken aan het verminderen van de administratieve lasten. Eén van die gebieden is de indicatiestelling. Volgens veel professionals wordt door de indicatiestelling veel bureaucratie veroorzaakt. Veldhuijzen van Zanten wil daarom zorgverleners zelf meer laten indiceren. Ook zal ze onderzoeken of ze zorg in bepaalde situaties zelfs indicatievrij kan maken. Hoe ze dit concreet wil invullen, maakt ze in een later stadium bekend.
Regelarme instellingen
Daarnaast kondigt Veldhuijzen van Zanten een experiment met regelarme zorginstelingen aan. Daarmee wil ze inventariseren van welke regels in de zorg nut en noodzaak betwijfeld wordt. Als dat is vastgesteld, zal tijdens een openbare bijeenkomst besloten worden welke regels tijdens het experiment niet zullen gelden. Daarbij geldt een omgekeerde bewijslast. De regelgevende instantie moet beargumenteren waarom bepaalde regels behouden moeten blijven.
Voorwaarden
Daarna zal ze vijf instellingen aanwijzen die deelnemen aan het experiment. Als voorwaarde geldt dat de kwaliteit van zorg er niet onder mag lijden. Bovendien moet de zorgaanbieder kunnen benoemen wat deelname aan het experiment zal opleveren in termen van meer tijd voor de cliënt, meer kwaliteit en meer doelmatigheid. Eerder dit jaar maakte ouderenzorginstelling Stichting de Hoven op eigen initiatief al bekend alle regels af te schaffen.
Tijdspad
Instellingen die willen deelnemen moeten er wel snel bij zijn. De staatssecretaris geeft belangstellenden tot september de tijd om overbodige regels te melden. De openbare bijeenkomst vindt in het najaar van 2011 plaats, waarna het experiment in 2012 van start kan. De proef wordt vervolgens in 2014 geëvalueerd.
Meer tijd voor de cliënt
Het besluit van de staatssecretaris vloeit voort uit het regeer- en gedoogakkoord. Daarin staat dat verpleegkundigen en verzorgenden hun vak terug moeten krijgen zonder overbodige administratieve belasting. Daarbij heeft ze ook de hulp nodig van de zorginstellingen zelf. Uit het onderzoek Meer tijd voor de cliënt, was al gebleken dat instellingen hun eigen personeel ook veel regeltjes opleggen.
Minutenregistratie
Een voorbeeld daarvan zijn systemen voor minutenregistratie, waarmee medewerkers moeten verantwoorden hoeveel zorg een patiënt heeft gehad. Volgens de staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten legt de overheid geen verplichting tot minutenregistratie op aan intramurale instellingen. Met die opmerking geeft ze naar eigen zeggen gehoor aan de motie van Tweede Kamerlid Renske Leijten van de SP. Die had gevraagd de minutenregistratie af te schaffen.
(bron Skipr-Daan Marselis)
================================================